Celstraf voor politieman die talmde met tip over aanslag Joods Museum
Foto: Photo News

De politieman die te lang zou getalmd hebben om een tip over de aanslag op het Joods Museum door te geven aan de antiterrorismecel van de Brusselse federale gerechtelijke politie, is donderdag door de Brusselse correctionele rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden met uitstel. De verdediging heeft al beslist dat ze in beroep gaat.

Na de aanslag op het Joods Museum, die op 24 mei 2014 vier dodelijke slachtoffers maakte, verspreidde het Brusselse gerecht beelden van de aanslag. Op 27 mei had een lid van de lokale informantendienst Brussel van de federale politie contact met een vertrouwelijke informant waarbij die informant meldde dat hij de kalasjnikov op de beelden meende te herkennen als een wapen dat pas in het criminele milieu was verkocht.

De politieman kreeg daarop van zijn oversten het bevel om een persoonlijk contact te hebben met die informant en deed dat ook. Toen hij nadien verslag uitbracht van die ontmoeting, kreeg hij het bevel een vertrouwelijk verslag op te stellen dat aan het federaal parket kon bezorgd worden. De politieman stelde wel contactverslagen op maar geen vertrouwelijk verslag, hoewel het bevel nog herhaald werd.

Informant had zich vergist

Uiteindelijk stelde hij het bewuste vertrouwelijk verslag pas in augustus op. Intussen was de vermoedelijke dader van de aanslag, Mehdi Nemmouche, al op 30 mei opgepakt in het Franse Marseille.

Achteraf bleek dat de informant zich vergist had en de diens informatie niet ging over het wapen waarmee de aanslag werd gepleegd maar desondanks besliste het Brusselse parket de betrokken politieman te vervolgen.

De politieman is nu veroordeeld tot twee maanden cel met uitstel maar zijn advocaten, meesters Sven De Baere en Sven Mary, hebben al gemeld dat ze in beroep gaan.

'De regelgeving over de informantenwerking is heel duidelijk', zegt advocaat De Baere. 'Onze cliënt moest enkel zogenaamde contactverslagen opstellen en het was aan zijn oversten om op basis van die contactverslagen dat vertrouwelijk verslag op te stellen. Het bevel aan onze cliënt dat die het vertrouwelijk verslag moest opstellen, was eigenlijk onwettig. Zij collega’s waren ook perfect op de hoogte van de informatie die via de informant verkregen was. Onze cliënt heeft dus helemaal niets achtergehouden. Bovendien had onze cliënt duidelijk de opdracht gekregen om geen rechtstreeks contact te hebben met magistraten van het openbaar ministerie. Tenslotte is ook afdoend gebleken dat de informatie absoluut niet nuttig was voor het onderzoek naar de aanslag.'