Rendement op aanvullend pensioen mag omlaag
Michèle Sioen, voorzitster van de Groep van 10 Foto: BELGA

Het gewaarborgd rendement op het aanvullend pensioen komt te vervallen. De opbrengst zal bepaald worden door de actuele rentevoet, al is er wel een minimum- en maximumpeil van toepassing.

Dat is in essentie de overeenkomst die werkgevers- en werknemersorganisaties binnen de Groep van 10 bereikt hebben, blijkt uit diverse lekken. Ze moeten dit akkoord, dat gisteren na lang onderhandelen is bereikt, nog voorleggen aan hun achterban. Ook de regering moet de zaak nog bekijken.

Tot dusver is er een rente van 3,25 procent van toepassing, maar door de aanhoudend lage rente moeten de werkgevers daardoor te veel bijpassen.

In het sociaal overleg is daarom afgesproken dat dat gewaarborgd rendement wordt losgelaten. In plaats daarvan komt er een rentevoet van minstens 1,75 en maximaal 3,75 procent. De precieze hoogte is afhankelijk van de langetermijnrente op Belgisch staatspapier.

 

Hoe wordt de rente precies berekend?

Als referentie dient de 10-jaarsrente op Belgisch staatspapier. Daarvan wordt 65 procent in rekening genomen voor de bepaling van het rendement.

  • Is dat getal lager dan 1,75 procent, dan is de te betalen rente op het aanvullend pensioen 1,75 procent. Dat is nu het geval.
  • Is dat getal tussen de 1,75 en 3,75 procent, dan is dat cijfer de rentevoet
  • Is dat getal hoger dan 3,75 procent, dan wordt het rendement begrensd op 3,75 procent. Dat is dus pas het geval als de langetermijnrente boven de 5,77 procent stijgt.

 

Officieel zijn echter nog geen details vrijgegeven. Wellicht worden die pas morgen bekendgemaakt, nadat alle betrokkenen hun achterban hebben geconsulteerd. Volgens Michèle Sioen, voorzitster van de Groep van Tien, zal het akkoord ‘door alle leden van de Groep van Tien verdedigd worden bij hun instanties’.

Het sociaal overleg over een nieuwe rendements­formule voor de aanvullende (bedrijfs)pensioenen leek vrijdagavond definitief mislukt. De kloof tussen de standpunten van vakbonden en werkgeversfederaties bleek ook na wekenlange debatten onoverbrugbaar. Maar de regering gaf de sociale partners extra tijd.