Sam Van Rooy, de woordvoerder van Vlaams Belang, kwam vorige week in het centrum van een Twitterdiscussie te staan. Hij kloeg over een vertraagde trein en eiste dat de klantendienst hem met 'Meneer Van Rooy' zou aanspreken. Het VIER-programma 'Karen & De Coster' zocht de man op.

'Af en toe heb ik wel last van een kort lontje', reageert Van Rooy aan televisiemaker Eric Goens. 'Maar veel reizigers van de NMBS samen met mij, wij delen dezelfde frustraties. Als u zelf wat vaker de trein neemt, zal u wel merken dat de dienstverlening van de NMBS beneden alle peil is. Zeker als je weet hoeveel miljoenen aan belastinggeld er naar de NMBS gaan.'

De woordvoerder weigert dan ook zijn excuses te geven en blijft hameren op de gebrekkige dienstverlening. 'De essentie ligt niet bij mijn tweet, maar bij de slechte dienstverlening van de NMBS. Ik denk dat de goede manieren in de eerste plaats van de NMBS moeten komen en ik vind nog altijd dat een klantendienst de mensen moet aanspreken met meneer of mevrouw. Bovendien vind ik niet dat de NMBS moet investeren in een klantendienst op Twitter, maar in een betere dienstverlening.'

Beleefde vraag

Het begon maandagochtend allemaal met een vertraagde trein. ‘Na tien minuten vertraging krijgen reizigers te horen dat er twaalf minuten vertraging is. En dat lijkt nu meer te gaan worden’, schreef Van Rooy op Twitter. De reactie van de NMBS liet niet lang op zich wachten, maar de beleefde vraag om meer info over de trein in kwestie, leverde een kwaad antwoord op. ‘Alleen als jullie mij betalen, zal ik ook jullie werk doen. En zeg maar meneer Van Rooy.’

De toon van de Vlaams Belang-woordvoerder was niet naar de zin van de vele Twitter-gebruikers, die daarna zo massaal over hem begonnen te tweeten dat #meneervanrooy een trending topic werd.

Intussen is op Twitter ook een fictieve account opgedoken met als naam Meneer Van Rooy. De omschrijving? ‘Treinreiziger. (voorlopig nog) woordvoerder. Voelt zich Vlaams en Belang-rijk. Ooit al eens trending geweest. Zoekt volgers. U mag meneer tegen me zeggen.’