Loonkloof tussen mannen en vrouwen gehalveerd sinds 1999
Foto: Photo News

De loonkloof tussen mannen en vrouwen in Vlaanderen is sinds 1999 gehalveerd van 19 procent naar 9 procent. Maar het gemiddelde uurloon van mannen ligt wel nog steeds 10 procent hoger dan dat van vrouwen. Dat is één van de opvallende vaststellingen uit de Vlaamse Regionale Indicatoren 2015 (VRIND 2015).

Het VRIND-rapport is uitgegroeid tot de jaarlijkse cijferbijbel voor Vlaanderen. De Vlaamse samenleving en het beleid worden afgetoetst op niet minder dan 820 indicatoren, gaande van armoedecijfers tot werkloosheidsstatistieken of gegevens over het gebruik van het openbaar vervoer.

Welvarend

Vlaanderen is en blijft een welvarende regio, is een eerste vaststelling. Met een bbp per inwoner van 32.870 euro scoort Vlaanderen 20 procent beter dan het EU28-gemiddelde. Ook de Vlaamse arbeidsproductiviteit blijft hoog, al verkleint de kloof met andere landen. Ook op het vlak van armoede scoort Vlaanderen eigenlijk niet slecht in vergelijking met het Europese gemiddelde, maar vooral mensen zonder werk en mensen van buiten de EU blijven grote risicogroepen.

Op ondernemingsvlak is het beeld gemengd. Zo is er een terugval in de aangroei van het aantal ondernemingen en dalen ook hun overlevingskansen. Ook het aantal snel groeiende ondernemingen (gazellen) daalt. Positief is dan weer dat de investeringsratio constant blijft en hoger ligt dan in onze buurlanden. Ook voor het aantal buitenlandse investeringsprojecten (184 in 2014 voor 2,77 miljard euro) hoeft Vlaanderen zich niet te schamen.

Geen zelfgenoegzaamheid

Op het vlak van mobiliteit is er duidelijk nog wat werk aan de winkel. Het aantal wagens blijft toenemen, de filedruk ook en de verhoopte ‘modal shift’ blijft uit. De doelstelling om 40 procent van het woon-werkverkeer via collectief vervoer, te voet of per fiets te realiseren lijkt nog veraf. Het cijfer stagneert op 25 procent.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois vindt dat de gebundelde VRIND-cijfers niet mogen leiden tot zelfgenoegzaamheid, maar ook zeker niet tot een beeld dat alles ‘kommer en kwel’ zou zijn.

Zo evolueert 75 procent van de indicatoren in goede richting of blijft stabiel. Bourgeois wil het pessimistische toekomstbeeld van veel Vlamingen graag counteren door positieve evoluties in de verf te zetten, zoals onder meer de dalende jeugdwerkloosheid en het dalend aantal faillissementen. De minister-president wil graag een ‘cultuuromslag’ realiseren waarbij Vlamingen en Vlaamse ondernemers meer geloof in eigen kunnen en durf aan de dag leggen.