Maandag 5 oktober 2015 overleed Henning Mankell aan longkanker. Cultuurredacteur Peter Vantyghem is niet alleen een trouwe lezer van het werk van Mankell, hij interviewde de schrijver ook enkele jaren geleden.

‘Elke artiest droomt ervan om in een betere wereld te leven’, vertelde Henning Mankell me in mei 2013. ‘En het is mogelijk de wereld te veranderen, en dat is hard nodig, want de kloof tussen wie heeft en niet heeft wordt steeds groter.’

Het was een zonnige dag, en op het terras in de Zuid-Franse kuststad genoot Mankell van zijn laatste week in Frankrijk, voor hij gewoontegetrouw naar Mozambique zou vertrekken. Daar probeerde hij de realiteit in theater te vangen, terwijl hij dat bij ons met romans deed.

Zijn bekendste personage was Kurt Wallander, een zwijgzame politie-inspecteur die net als hijzelf de waarheid over de samenleving zocht, tegen een hoge persoonlijke prijs. Door de televisiereeks die ervan gemaakt werd, werden de tien Wallander-boeken veel bekender dan hij wilde. Krimi maakte maar 25 procent van zijn werk uit, en die andere 75 procent verkocht even goed. En dat was veel.

Mankell was geen schrijver in een ivoren toren. Hij was erg bezig met politiek, schuwde het activisme niet, had een gezonde weerzin voor de 21ste eeuw met zijn snelle informatie en vluchtige belevingscultus. Maar hij wilde voor alles jonge mensen helpen, zei hij. ‘Het is alsof we aan hen dezelfde vragen doorgeven die we aan onszelf stelden’, zei hij. ‘Dat is wat ik doe. Dat is de betekenis van het leven. Meer kan ik niet doen.’