Bomaanvallen doden twee agenten en twee PKK-militanten
Turks-Koerdische vrouwen huilen om het geweld, waarmee zij niets te maken willen hebben, maar ze wel middenin zitten. (zaterdag 12/09) Foto: REUTERS

Koerdische militanten hebben zondagochtend een bom tot ontploffing gebracht aan een controlepost in het zuidoosten van Turkije. Daarbij zijn twee politieagenten gedood en nog eens vijf anderen gewond geraakt.

Meteen na de aanslag zouden Turkse veiligheidstroepen de tegenaanval hebben ingezet en de nabijgelegen basis in de provincie Sirnak gebombardeerd hebben. De PKK-strijders waren naar het berggebied gevlucht. Twee militanten kwamen bij die aanval om het leven, aldus bronnen aan Reuters.

Het geweld tussen de PKK-rebellen en de Turkse veiligheidstroepen is sinds eind juli opnieuw opgelaaid, en maakte een eind aan een jarenlang staakt-het-vuren en de vredesgesprekken die de islamitisch-conservatieve regering in Ankara in de herfst van 2012 had opgestart in een poging het conflict te beëindigen dat sinds 1984 aan zo’n 40.000 mensen het leven kostte.

‘Het geweld is nu beduidend erger dan de laatste golf van geweld, na de verkiezingen in 2011’, zei Nigar Göksel, analist van de International Crisis Group in Turkije, deze week aan deze krant. Tot nu toe zijn ruim honderd politiemensen en militairen en ongeveer vijftig burgers omgekomen. Het is onduidelijk hoeveel mensen zijn gesneuveld aan de kant van de PKK. Volgens president Erdogan zo’n 2.000, maar dat is niet te verifiëren en lijkt een overschatting. Reuters spreekt van ‘honderden’.

In sommige gebieden, waar het geweld het hevigst is, wordt door de regering een avondklok uitgeroepen. In Cizre werd zaterdagochtend een avondklok die op 4 september was ingesteld opnieuw opgeheven.

De Turkse President Tayyip Erdogan heeft verzekerd dat het gevecht doorgaat tot ‘er niet één terrorist overblijft’.