FILMGELUK. Het leven draait om meer dan materieel bezit
Foto: rr
Is er verlichting in het donker van de cinema? Zes weken lang gaat onze filmredacteur Jeroen Struys met uw hulp op zoek naar de beste films die ons iets vertellen over geluk en gelukkig zijn. Deze week: het leven draait om meer dan materieel bezit.

Omdat films zo duur zijn om te maken, worden ze soms herleid tot een vehikel voor enkele gulle sponsors. En dan wordt kunst het slachtoffer van product placement. Een aantal filmmakers zetten net dit massamedium in om een andere levensstijl te promoten.

Fight club

‘The things you own end up owning you’ is slechts een van de vele citaten waarmee Tyler Durden zich tegen de consumptiemaatschappij kant. Tegelijk is de retoriek niet ondubbelzinnig: het is niet duidelijk of de obscene tactieken van Durden een na te streven ideaal vormen. De film lijkt immers ook een verdediging van autoritaire machowaarden en geweld. De Amerikaanse cultuurcriticus Henry Giroux viel de film om die redenen aan: volgens hem is de theorie van ‘Fight club’ net schatplichtig aan de consumptiecultuur die hij aanvalt.

Dan neemt Giroux het misschien iets te ernstig. Niemand heeft gezegd dat schrijver Chuck Palahniuk of regisseur David Fincher sociologen zijn, maar ze portretteren wel een bepaalde samenleving of houding. En ze gaven Brad Pitt in elk geval enkele aanstekelijke monologen.

‘You're not your job. You're not how much money you have in the bank. You're not the car you drive. You're not the contents of your wallet. You're not your fucking khakis. You're the all-singing, all-dancing crap of the world.’

 

The kid

Dat materiële zaken er niet toe doen, is typisch iets voor welstellende mensen om te zeggen. Charlie Chaplin wist wat armoede was: zijn kindertijd in Londen was gekenmerkt door armoede. Zijn vader tekende niet present; zijn moeder werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis toen hij 14 was. De jonge Chaplin ging aan de slag in het theater en werd zo gerekruteerd door de jonge Amerikaanse filmindustrie.

De armoede die je in ‘The kid’ ziet, is armoede die hij ook heeft gekend. De film gaat over de liefde en solidariteit tussen een arme zwerver en een jongetje dat op straat werd achtergelaten door zijn moeder. Het is niet moeilijk om te zien waar Chaplin de inspiratie haalde voor zijn eerste langspeler.

Chaplin slaagt er in om het melodrama af te wisselen met slapstick. Hij toont hoe schrijnend armoede is. Maar ook hoeveel liefde een arme zwerver en een verwaarloosd kind hebben, iets waar de rest van hun omgeving veel te weinig van heeft.  

 

Zabriskie Point

Een prachtige schets van de Amerikaanse tegencultuur van eind jaren 60 is deze film van Michelangelo Antonioni uit 1970. Na het succes van ‘Blowup’ werd dit de tweede van drie Engelstalige films van de Italiaanse meester, voor ‘The passenger’.

Centraal staan een jonge hippe vrouw op zoek naar een soort goeroe en een man die, na een opstand van studenten, een vliegtuigje heeft gestolen. In het midden van de woestijn belanden ze als bij wonder in een orgie.

Antonioni schildert het verlangen van de jongeren om te ontsnappen aan de strikte regels en eisen van de maatschappij. Maar hij is ook niet blind voor de keerzijde en het brutale einde van de fata morgana. Op de geweldige soundtrack hoor je Pink Floyd, Grateful Dead, The Rolling Stones en Roy Orbison.

‘Zabriskie Point’ flopte in 1970, maar is nog altijd een bezwerende trip met schitterende beelden, waaronder een onvergetelijke finale.