Internetreus Google schroeft zijn sociaal netwerk Google+ terug. Tot nu toe had iedereen die gebruik wilde maken van allerlei diensten van Google ook een account voor Google+ nodig, maar die aanpak wordt bijgestuurd.

Amper 4 jaar geleden lanceerde Google met veel ambitie zijn sociale netwerk. Mensen met elkaar in verbinding stellen en hen allerlei dingen laten delen en interessante zaken laten ontdekken. Dat was het opzet. Google+ zou de concurrentie aangaan met andere netwerken zoals Facebook.

Om dat doel te bereiken werd de dienst in 2013 opgedrongen aan heel wat internetgebruikers. Wie gebruik wilde maken van een andere dienst van Google, zoals Youtube of Gmail, moest daarvoor een Google+-account gebruiken. Niet meteen een populaire zet en ook niet effectief: de groei van Facebook werd niet gestuit en Google+zelf kwam niet echt van de grond.

‘We hadden het bij het juiste eind in sommige gevallen, maar we hebben ook een paar keuzes gemaakt die we - in retrospect - moeten herdenken’, aldus Google topman Bradley Horowitz in een blogpost . ‘We kregen te horen dat het makkelijk is dat al je Google-informatie onder één account zit’, aldus Horowitz. ‘Maar we kregen ook te horen dat het niet logisch is dat je Google+-profiel meteen je identiteit bepaalt voor alle Google-producten.’

En daarom worden er de eerstkomende maanden dus een paar aanpassingen uitgevoerd.

Zo zal het in eerste instantie bijvoorbeeld niet meer nodig zijn om een Google+-account te hebben om in te loggen op de videosite Youtube. Dat zal met een gewone Google-account kunnen. Later zou er voor andere Google-diensten een gelijkaardig scenario volgen.

Google+ zelf ondergaat ook een paar wijzigingen. De nadruk komt daar meer te liggen op het lezen en delen van berichten rond bepaalde topics die de gebruiker interesseren. Gebruikers zouden ook gemakkelijker hun profiel moeten kunnen beheren. Maar het is nog maar de vraag of dat allemaal Google+ kan redden, want van de meer dan 300 miljoen gebruikers die Google in 2013 zelf telden, schoten er begin dit jaar jaar nog maar goed 110 miljoen over, volgens een onafhankelijk consultancybureau. En vooralsnog lijkt die trend niet gekeerd.