Het lag gevoelig, de ontmaskering van suiker als een verslavende vetmaker en de kritiek dat de voedingsindustrie ons veel te veel suiker doet slikken. Maar maakt dat van de journalist een activist, vraagt Lotte Alsteens zich af. ‘Een aanval op suiker is een aanval op bijna ieder van ons.’

Toegegeven, ik begon mijn correspondentschap met bewust partij te kiezen, tégen frisdrankautomaten op scholen. Sommige lezers vonden mij daarom ‘activistisch ’.

Ben ik activistisch omdat ik suiker viseer? Een aanval op suiker voelt als een aanval op suikergebruikers, en dus op de meesten van ons. Suiker zit in de chocolade, de koekjes en de snoep waarmee we verwennen, in de pralines die we cadeau doen, de taarten waarmee we trakteren, de glazen waarmee we toasten en de ijsjes ter verkoeling tijdens hete zomerdagen. Kortom, suiker is gezellig, en wie ertegen is, moet wel erg ongezellig zijn.

Laat ik eerst een persoonlijk argument geven, voor ik er de harde wetenschap bijhaal: ik schrijf over suiker uit liefde voor lekkers. Probleem is dat we suiker routineus zijn gaan eten in plaats van intens te genieten van verwennerijen. We lessen onze dorst met frisdranken , sapjes en smoothies . We stillen onze honger met de snacks die voor het grijpen liggen. Koekjes en wit brood zijn de basis van veel ontbijten en lunches geworden. Zonder dat we het beseffen, tikt zo de teller aan van de verborgen suikers in sauzen, kant-en-klaarmaaltijden en andere hartigheden. Beetje bij beetje worden we er dik en/of ziek van.

Wat een plezier hoort te zijn – lekker eten – gaat meer en meer gepaard met twijfels en schuldgevoelens. Uit biologisch standpunt is dat te gek om los te lopen, want al miljoenen jaren geldt de natuurwet dat we eten om te overleven. En voor de kookliefhebber zijn die schuldgevoelens doodzonde. De Amerikaanse patissier Emily Luchetti lanceerde vorig jaar de online campagne #dessertworthy (dessertwaardig). Tik die hashtag in op Twitter en je ziet een fotocollage van oog- en tongstrelende zoetigheden. Niet door Luchetti zelf gemaakt, maar door en voor mensen die suiker als occasionele lekkernij degusteren.

Pas als we ophouden met zoete eenheidsworst te slikken, kunnen we weer echt van suiker genieten. Al wat het vergt, is bewust en minder eten .

Ben ik activistisch omdat ik louter suiker viseer? Ik focuste niet op suiker omdat dit de enige oorzaak is van onze gezondheidsproblemen. Wel om een einde te maken aan de vrijgeleide die suiker en sterk geraffineerde granen vele jaren genoten.

Halverwege de vorige eeuw werden vet, cholesterol en zout tot vijand uitgeroepen. In eerste instantie omdat ze hart- en vaatziekten zouden veroorzaken, maar ook omdat naarmate de obesitasepidemie om zich heen greep, het vet in ons eten synoniem werd met het vet op onze heupen.

Dat te veel suiker net zo goed als vet wordt opgeslagen in ons lichaam, werd minder begrepen. En dat te veel suiker ook ziek maakt, begint nu pas door te dringen .

Het is frustrerend dat de wetenschap geen eenduidige boodschap geeft, en het is nog frustrerender dat vaak tegenstrijdige boodschappen – al dan niet wetenschappelijk onderbouwd – ons via verschillende kanalen bereiken en in verwarring brengen. Maar na gesprekken met een twintigtal deskundigen zijn enkele zaken wel duidelijk geworden. We blijven suiker en geraffineerde koolhydraten eten omdat ze niet verzadigen, maar een prettig en belonend gevoel geven. Velen eten daarom té veel van die suikers, waardoor ze ertoe bijdragen dat we collectief dikker worden. Suikers spelen zo ook een rol in de wereldwijde opmars van chronische ziekten als diabetes . En terwijl de wetenschappers in België nog voorzichtig blijven, leggen specialisten in het buitenland verbanden tussen de overmatige consumptie van suiker en hart- en vaatziekten en soms zelfs kanker .

Ben ik activistisch omdat ik voedingsbedrijven bij naam noem? Fabrikanten promoten hun merken met catchy slogans en flashy verpakkingen, zodat we ze in een oogopslag herkennen in de supermarkt . Als die producten bovendien met allerlei gezondheidsclaims worden verkocht, loont het zeker de moeite om te ontmaskeren hoe gefundeerd die belofte is. Vaak worden we misleid door woorden als ‘natuur’, ‘energie’, ‘fruit’, ‘vitaminen’, ‘antioxidanten’, ‘mager’, ‘granen’ en ‘vezels’, terwijl we producten kopen die bol staan van de snelle suikers. Het is aan de doorzetters om de ware samenstelling van de verpakking af te lezen. De kleine lettertjes worden door fabrikanten ‘transparant’ genoemd, grote porties zijn er om ‘te delen’ en alles ‘kan deel uitmaken van een evenwichtige voeding’.

Wie desondanks toch dik wordt, zal wel onvoldoende bewegen, luidt dan de uitleg. Maar in welke mate is het nog onze schuld als we overdonderd worden door, laten we wel wezen, niet-transparante informatie?

Ben ik activistisch omdat ik om actie vraag? Ik heb tijdens mijn correspondentschap nooit expliciet tot actie opgeroepen, maar bij deze doe ik het wel.

In de hele wereld wordt er geëxperimenteerd met maatregelen tegen overgewicht, gaande van frisdrank-, suiker- en vettaksen, het systematisch meten van buikomvang (geen grap, dat doen ze in Japan), kleurencodes rood, oranje en groen op verpakkingen, tot het verbieden van frisdrankautomaten op scholen en het gratis aanbieden van gezonde maaltijden aan alle leerlingen. In België wagen de overheden zich voorlopig niet aan deze onpopulaire of dure maatregelen. Toch moet Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) volgend jaar nieuwe gezondheidsdoelstellingen formuleren. Van de vorige is weinig in huis gekomen: we zouden tussen 2008 en 2015 gezonder gaan eten en meer bewegen, maar het omgekeerde is waar. Zonder concrete maatregelen dreigt er andermaal niets te veranderen.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft me onlangs verzekerd dat ook haar departement zal deelnemen aan de gezondheidsconferentie van 2016. Maar een systeem zoals in Finland, met gezonde maaltijden voor alle leerlingen, is toekomstmuziek. Hier mogen scholen zelfs nog geld verdienen aan frisdrankautomaten.

Federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), ten slotte, is bevoegd voor verpakkingen, voor taksen of subsidies voor al dan niet ongezonde voeding, en voor onderhandelingen met fabrikanten. Het eerste wimpelt ze af als een taak van Europa, de laatste twee zaken vindt ze geen prioriteit.

Voorlopig zal verandering in eerste instantie van onszelf moeten komen. Lezers hebben me regelmatig om tips gevraagd. Ik heb de voedingswijsheid niet in pacht, maar ik kan me vinden in het steeds terugkerend advies: eet echt, vers voedsel . We moeten een nieuwe benadering zoeken van een oude eetcultuur. De boutade wil: eet alleen wat je grootmoeder als eten herkent. Groente en fruit. Maaltijden die bereid moeten worden. Voedsel dat elk seizoen weer anders is.

Helaas is dat voedsel dat een kind al eens minder zal lusten. Maar je weet tenminste wat je eet. De kans dat je zoveel suiker zult gebruiken als de voedingsindustrie aanbiedt, is gering. En je bent ineens ook verlost van transvetten en onbegrijpelijke ingrediënten. En je zult misschien wat langer in de keuken staan, maar je verdient er wel levenstijd mee terug.

Woensdag: Inge Ghijs en Dorien Knockaert over voeding en politiek