Van appel tot ratte patate
Foto: rr
In aanloop tot dit laatste publieke relaas van mijn – reken maar, voortaan levenslang lopende – gezondheidskuur herlas ik mijn vorige blogs, de 33 hoofdstukjes die het verhaal vormen van mijn afkicken van suiker, of, positiever verwoord, van mijn keuze voor gezond eten en genoeg bewegen. Mooi en best spannend verhaal, al zeg ik het zelf. Als iemand anders het had geschreven, zou ik al eens een rake zin aanstrepen, en als ik het zou recenseren, zou ik het een Erziehungsroman(netje) noemen, de soort waarin een opvoedingsproces wordt beschreven – al gaat het in mijn verhaal over héropvoeding, die van een late bekeerling tot ‘real food’.

Eind februari scoorde ik zomaar eventjes 14 klontjes op de suikertest van De Standaard, nu, begin juli, 0. Tot mijn voldoening, en ook tot mijn verbazing. Ik eet nu immers fruit, drink al eens wijn, kan vanavond bij het geplande restaurantbezoek bijvoorbeeld risotto bestellen en mijn 'guilty pleasure' ’s ochtends, een ‘ristretto’-koffietje met een brokje zwarte chocolade erbij, behoort al terug tot mijn vaste gewoonten. Omdat ik ‘0 klontjes’ toch wat overdreven vind (een grootste onderscheiding die ik niet helemaal waard ben), heb ik de test overgedaan en mezelf enkel virtueel getrakteerd op 1 snee ‘brood met hartig beleg’ bij het ontbijt, dagelijks 2 potjes yoghurt ‘natuur, ongezoet’, ook per dag 3 stuks fruit, en zelfs twee glazen ‘wijn of champagne’. Maar zie, mijn score blijft 0 – waarschijnlijk moet ik dagelijks 1 reep chocolade eten om klontjes te scoren, maar daaraan begin ik zelfs virtueel niet.

Overgewicht kwijt, energie zat, nooit honger gehad: ik heb het gerapporteerd en nog dingen vergeten te vertellen, bijvoorbeeld: ook nooit hoofdpijn gehad. Wat eerst stoelde op blind vertrouwen in coach Ann, raakte gaandeweg gestut door kennis, mij bijgebracht door Ann en mij (en u, Standaardlezer) voorgeschoteld door correspondent suiker Lotte. Wat ik leerde over goede en slechte voeding, over gezondheid en ziekte, over suikerverwerking (in mijn eigen lichaam) en beweging (in mijn eigen leven) zit nu net zo goed in mijn hoofd als de perikelen van de Belgische geschiedenis. Niet dat ik daarom van plan ben om mijn boek ‘De taalgrens, of wat de Belgen zowel verbindt als verdeelt’ te vervolgen met ‘De suikerkwaal, of wat de Belgen zowel smaakt als dikmaakt’. Nee, ik wil me beperken tot het verspreiden van de gezonde boodschap in mijn eigen wereldje (en toch ‘dikke vrienden’ blijven met deze of gene), tot het inspecteren van de ingrediënten van elk product dat ik in een supermarkt wil kopen (en dan meestal terugplaats, als vorige week alle soorten vleespaté), tot eten zoals Lotte het me voordoet (‘weloverwogen, gecontroleerd, evenwichtig’ schreef ik in mijn eerste blog, ‘Proefkonijn’) en tot elementair koken met vers voedsel (een chef-kok word ik immers nooit, net zo min als een sporter).

En bovenal wil ik de weg vervolgen die ik in februari ben ingeslagen en het toverpad bleek te zijn dat mij veranderde van een appel in een ratte patate – niet langer bolrond, wel klein met rondingen. De metamorfose is overigens nog lang niet volmaakt: een echte ratte is kookvast, ik moet nog overal aan stevigheid winnen. Mijn onderarmen lijken wel, hoe moet ik dat zeggen, vleugels, al is ‘flappen’ misschien een juister woord. Zo komt het dat tijdens mijn laatste sessie met Ann (Lannoye) zij mij nog weinig uit te leggen had, maar wel voordeed hoe ik mijn onderarmen via krachttraining terug vorm kan geven. En ik nu dus op, tja, eigen vleugels vlieg, en avant, zoals me dat vroeger thuis werd voorgezegd.