BIO. Een Hollandse zanger met Franse passie
Foto: belga

Thé Lau gebruikte de tijd die hem was gegund om afscheid te nemen van zijn geliefden en fans.

De extra time was Thé Lau van harte gegund. Maar toen de zanger van The Scene, die dinsdagavond op 62-jarige leeftijd overleed, in april 2014 aankondigde dat de dokters hem nog zes tot negen maanden gaven, wist hij precies wat hij met die tijd zou doen: afscheidsconcerten geven in Vlaanderen en Nederland, zijn roman ‘Juliette’ afwerken en een hedendaags klassiek stuk uitbrengen over zijn ervaringen tijdens chemotherapie, ‘Platina Blues’.

Het is hem allemaal gelukt; het allerlaatste concert van The Scene vond plaats in de Ancienne Belgique op 21 juni 2014. Het was uiteraard een emotioneel concert, maar het was ook sterk en gespeend van sentiment. In het publiek deinde een spandoek ‘Bedankt, God van Nederland’, naar de titel van zijn soloplaat uit 2002.

Afscheid in Brussel

Het afscheidsconcert vond niet toevallig in Brussel plaats: de zanger hield van Vlaanderen, de liefde was wederzijds. The Scene bracht zijn eerste plaat, toen nog in het Engels, uit in 1980. Echt zijn draai vond de groep pas met zijn derde plaat Rij rij rij uit 1987, geproduceerd door Rick de Leeuw van Tröckener Kecks. In 1987, toen alles wat nieuw en goed was nog uit het noorden kwam, was het een revelatie om ‘Nu of nooit’ van de Kecks te horen of ‘Rij rij rij’ van The Scene: beide groepen toerden met succes in ons land en toonden Gorki en Noordkaap (allebei gedebuteerd in 1991) en De Mens (1992) hoe het kon, rocken in het Nederlands.

De grote doorbraak van de groep kwam er met Blauw uit 1990 en de gelijknamige single, maar ook op latere platen stonden altijd memorabele songs, zoals ‘De schaduw van het kruis’ (1993), ‘Slapen dromen zweten’ (1994), ‘Rivier’ (1998). Meestal werden ze gedragen door Lau’s bevlogenheid. Die zorgde ervoor dat de groep, die altijd bleef spelen met de energie en het volume van een punkband, live vleugels had.

Reputatie van moeilijke man

Thé Lau had aan provincialisme een broertje dood. ‘Succes in Nederland is ontzettend leuk, maar het hoeft niet te betekenen dat je ook echt goed bent. En ik wilde echt goed zijn’, zei hij daarover in het laatste interview dat we voor De Standaard met hem hadden, in de tennisclub die zijn ouders hadden uitgebaat. Als tiener tenniste hij op een goed niveau: die competitiviteit en discipline bleef hij altijd aanhouden. Muzikanten kwamen en gingen in de eerste jaren van The Scene, tot de definitieve line-up werd gevonden met bassiste Emilie Blom. Het is een houding die hem de reputatie bezorgde moeilijk te zijn. ‘Ik ben buitengewoon ongeschikt om samen te werken met andere mensen’, zei hij daarover. ‘Ik heb de band wel eens tot razernij gebracht, omdat ik iets wilde maar niet kon overbrengen wát ik wilde.’

Zijn songteksten sloegen ook beter aan in Vlaanderen dan in Nederland. ‘Nederlanders hebben liever expliciete teksten’, gaf hij als verklaring. Het kan ook aan een lange fascinatie met Jacques Brel, Franse films en Kuifje hebben gelegen, dat Lau’s beelden hier vertrouwder aanvoelden. The Scene speelde dan ook in 1991, 1994 en 1995 op Rock Werchter, maar stond vorig jaar pas voor het eerst op Pinkpop. Het afscheidsconcert in Paradiso, in zeven minuten uitverkocht, week uit naar de Heineken Music Hall, en in december zond NPO3 een special uit over de groep. De late erkenning voor The Scene en zijn solowerk vijlde het scherpe kantje van de frustratie die hij jaren had gevoeld: ‘voor hetzelfde geld was ik onder een tram gelopen en had ik al deze lof niet meer meegemaakt.’ Thé Lau werd 62; hij laat een echtgenote achter, Marijke, die ook zijn manager was, en twee volwassen zonen, Max en Oscar.