De nieuwe herdenkingsmunten over de Slag bij Waterloo, tweehonderd jaar geleden, zijn voorgesteld. Na een Frans veto geeft ons land geen stuk van 2 euro uit, maar een aangepaste versie van 2,50 euro. Die kunnen niet in het betalingsverkeer terechtkomen en daarom moet de Europese Raad er geen toestemming voor geven.

De Koninklijke Munt van België slaat twee munten ter herdenking van de Slag bij Waterloo: een muntstuk van 10 euro in zilver en een van 2,5 euro in messing.

De minister van Financiën wilde aanvankelijk een stuk van 2 euro slaan dat in hele eurozone gebruikt zou worden. Er waren zelfs al 175.000 stuks van de munt geslagen. Tot Frankrijk, die de nederlaag van Napoleon duidelijk nog niet helemaal heeft verteerd, verzet aantekende.

Als zulke herdenkingsmunten een bestaande faciale waarde hebben, moet de uitgifte immers de goedkeuring krijgen van de Europese Raad. Voor Frankrijk was het muntstuk een negatief symbool dat de Europese eenheid zou ondermijnen.

De Belgische autoriteiten kozen daarom voor een herdenkingsmunt van 2,5 euro, met dezelfde afbeelding, die niet als betaalmiddel fungeert. Daar is geen toestemming voor nodig. Er zijn 100.000 exemplaren van gemaakt. De Munt verkoopt ze voor 6 euro.

Op de munt is het monument van Waterloo te zien en een afbeelding van de positie van de Franse en geallieerde troepen tijdens de veldslag.

Op de munt van 10 euro is het sleutelmoment van de slag te zien: Wellington die de langverwachte komst aankondigt van de Pruisische bondgenoot op het slagveld. Daarnaast staat er een geblesseerde prins Willem van Oranje op. Van het muntstuk bestaan 10.000 exemplaren. Ze kost 42 euro.