In het Antwerpse district Wilrijk heeft Proximus maandag de allerlaatste openbare telefooncel van ons land weggehaald. Dat gebeurde in aanwezigheid van Antwerps schepen voor Publiek Domein Ludo Van Campenhout (N-VA) en Stefaan De Clerck, voorzitter van de raad van bestuur van het telecombedrijf.

Het was in de Middelheimlaan in Wilrijk dat de telefooncel symbolisch werd verwijderd. Symbolisch, omdat met de verwijdering van deze telefooncel nog niet effectief álle telefooncellen uit het Belgische straatbeeld verdwenen zijn.

‘Het heeft te maken met praktische beslommeringen’, zegt Proximus-woordvoerder Jan Margot. ‘Zoals telefooncellen met reclamepanelen waarvan het contract nog loopt, of het afsluiten van de elektriciteit of de ondergrond waarin ze bevestigd zijn en waaruit ze soms moeilijk te verwijderen zijn.’

Wanneer effectief alle telefooncellen verwijderd zullen zijn, valt momenteel moeilijk te zeggen, geeft Margot toe. ‘Het kan een kwestie van dagen of weken zijn’, klinkt het. Maar sowieso behoort het gebruik van openbare telefooncellen wel tot het verleden, benadrukt hij. ‘Sinds begin dit jaar is betalen met Proton niet meer mogelijk. Enkel de telefoonkaart blijft over, maar die wordt al lang niet meer verkocht. We hebben het voor het toestel in Antwerpen nog eens nagekeken. Enkel onze eigen verantwoordelijke heeft het de voorbije vijf maanden nog twee keer gebruikt, en dan nog louter als test in het kader van een radioprogramma dat er werd opgenomen.’

Ooit 18.000 telefooncellen

In 1997 had het toenmalige Belgacom in ons land nog 18.000 openbare telefooncellen. Maar al jaren worden ze nog nauwelijks gebruikt, en sinds 2013 is ook de wettelijke verplichting om hen te laten staan opgeheven. Dertig cellen zullen wel een ‘tweede leven’ krijgen, bijvoorbeeld in musea en bij kunst- of cultuurorganisaties.