ALARMFASE GEEL
Foto: rr
Niets aan de hand, dacht ik in aanloop tot mijn vorig bezoek aan coach Ann. Als aangekondigd in ‘Kilootje minder’ legde ik haar op een papiertje trots mijn bloedspiegellijn voor en al zeker van weer minder gewicht ging ik vol vertrouwen op haar gesofisticeerde weegschaal staan. De waarden op mijn papiertje hadden allemaal groen meegekregen en het rapportje van de weegschaal bevestigde om te beginnen dat mijn gewicht weer was gedaald. En toch was Ann niet in haar nopjes met mijn resultaten, integendeel, zij luidde een alarmfase in, laat me zeggen: helemaal geen rood, ook nog geen oranje, maar wel geel. En dat betekent: opgepast!

Wat was er dan wel aan de hand? De lijn van mijn bloed(suiker)spiegel verliep dankzij mijn gezond eetpatroon golvend en dat is zoals het hoort, geen hoge pieken of diepe dalen. Maar die lijn startte wel, ’s ochtends, nuchter, hoog, met een waarde van 98, terwijl 100 al té hoog is. Van de uitleg door Ann over hoe dat precies zit, heb ik het volgende (proberen te) onthouden. De dag is nog niet goed begonnen of er zit vrij veel suiker in mijn bloed, ‘nuchtere glucose’. 98 mg/dl is hoger dan normaal (80) en dat verraadt dat ik aan insulineresistentie lijd, zal ik maar opgeschrikt zeggen, want gezond is het niet. De suiker gaat te langzaam uit mijn bloed omdat mijn spiercellen niet zo goed zijn in het opnemen ervan, anders gezegd: resistent (of immuun) zijn voor de insuline die de suiker wil binnenloodsen. Dat komt ervan, van een te hoge interne, automatische productie van insuline: mijn spiercellen (waarin glucose wordt omgezet in energie) zijn te ongevoelig geworden voor insuline, in tegenstelling tot – en nu gaat de alarmbel rinkelen – mijn vetcellen, die zoiets als open deur houden voor suiker.

Het, tja, aandikken van mijn vetcellen in de voorbije weken werd bevestigd door het rapportje van de weegschaal: mijn totaal gewicht was gedaald, maar mijn vetmassa (wat ik een vies woord vind) was toegenomen (wat ik verafschuw). Maar hoe was dat verdorie kunnen gebeuren? Ik had niet één keer gezondigd, meer zelfs, ik had tijdens mijn week Spanje zelfs niet van een glas cava of wijn genípt, laat staan zoetigheid gegeten. Ann antwoordde helaas in de hedendaagse tijd: mijn productie van insuline ligt blijkbaar genetisch hoog. Het is de aard van het beestje, en ik hoef maar aan mijn zachte, ronde moeder terug te denken om te weten van wie ik het heb. Zij stierf voortijdig en plotseling door een hartaderbreuk en die oorzaak speelt deze maanden dikwijls door mijn hoofd – at mama ongezond, vraag ik me af, maar meer dan een halve eeuw later lijkt een antwoord op die vraag me eerder zinloos.

Wat nu? Hóe op te passen nu dit alarm is afgegaan? Ik had het antwoord kunnen raden voordat Ann het me gaf: meer beweging (want sport is wat hoog gegrepen in mijn geval). Beweging verhoogt de insulinegevoeligheid van de spiercellen en maakt in die cellen meer ‘mitochondriën’ aan, verbrandingsoventjes die de suiker omzetten in energie. Bon, begrepen, voortaan dus even gedisciplineerd bewegen als eten: 10.000 stappen en 30’ hometrainer per dag en óp naar een fitnesscentrum. En iedere ochtend een stukje zwarte chocolade, voegde Ann eraan toe, tegelijk een troostgeschenk en aanmoedigingspremie.

Dit is dag 10 van maand 4. Ik heb nu zelf een machientje in huis om mijn bloedglucose te meten, maar stel het eerste gebruik nog even uit; 10 kilo dalen in gewicht was gemakkelijker dan 20 mg/dl dalen in nuchtere bloedglucose, vrees ik.