ZONDER CAVA EN TAPAS
Foto: rr
Vorige week begeleidde ik een groepsreis door Castilië en bij mijn vertrek was ik niet helemaal gerust in het goede verloop daarvan. Het gidsen in het spoor van koningin Juana I (alias de Waanzinnige) zou me wel afgaan en het regelen van de praktische zaken kon ik overlaten aan een co-gids (wél Spaanstalig), maar het vasthouden aan strenge hap- en tapregels in het land van de tapas en de cava kon van mij een spelbreker maken, vreesde ik.

Om niet meteen voor een droogstoppel door te gaan, stelde ik de eerste avond zelf een aperitief voor aan het eind van een stadswandeling door Burgos. Ik hief het glas cava van een meereizende (en ingewijde) vriendin op het succes van de reis en dronk een glas bubbels, agua con gas weetjewel, de truc van Mimi. Dat ik daarna tijdens de gezamenlijke maaltijden als enige van het gezelschap geen wijn dronk, viel natuurlijk wel op. Coach Ann had me gezegd dat één glas wijn bij het eten mocht, en toch liet ik me dat ene glas niet uitschenken. Een is geen, dat klopte overtuigend voordat ik aan mijn dagen zonder suiker begon en dus kon ik er net zo goed geen drinken. Wat ik dan ook niet deed, niet één keer één glas. Zodat ik bij iedere maaltijd doodnuchter bleef tussen medereizigers die dat niet bleven, al draaide ik gretig mee in de geanimeerde gesprekken en de algemene vrolijkheid. Waarna ik, in mijn eentje op mijn hotelkamer, nog de tegenwoordigheid van geest bezat om de volgende dag extra voor te bereiden, wat me helemaal verzoende met mijn alcoholvrij bestaan – ik voelde me er prima bij, een Bob van een gids.

Op twee lunches na waren de maaltijden inbegrepen. Als we bij wijze van voorgerecht tapas kregen, werden die op schotels in het midden van de tafels gezet. Maar in morcilla (bloedworst) zit rijst, de pinchos hebben een basis van brood, de tortilla is ‘de patatas’. Restten voor mij de pimientos, kleine paprika’s, waarvan ik er een bewaarde voor bij mijn hoofdgerecht met vis of vlees, terwijl ik, net als de twee vegetariërs in het gezelschap, een ensalada at, ongeïnspireerd samengesteld en nauwelijks op smaak gebracht. Mijn medereizigers keken me daarbij meewarig aan, tot ik bij mijn hoofdgrecht in plaats van hun patatas (en twee keer wijnsaus) groenten kreeg en mijn bord er zoveel kleuriger uitzag dan het hunne. Bij het dessert keek ik – toegegeven, wat angstvallig – niet in hún bord en at ik stoïcijns mijn fruta del tiempo, seizoensfruit.

Iedere ochtend was er welteverstaan een ontbijtbuffet, keuze zat, voor mij ei, spek, zelfs twee keer ratatouille, fruit, yoghurt (de grote witte kom naast de kleurige potjes), thee, boter en beleg voor op de ene snee Pumpernickel die ik zelf bij me had. En dan was er het restaurant dat mijn vriendin voor een van de vrije lunches had gevonden. Het heette Vino Tinto – rode wijn, even ongedefinieerd als die van Bram Vermeulen – maar serveerde ook verduras a la plancha, nog lekkerder dan die van thuis, waar gegrilde groenten de laatste maanden een specialiteit van het huis zijn geworden.

Dit is dag 5 van maand 4. Gisteren, tijdens het buurtfeest in onze wijk Bakenbos, was de zon van de partij en voelde ik me wel zielig bij het keer op keer bestellen van een spuitwater bij de tractaties in de feesttent en op het gelegenheidsplein van onze buurman-garagist, terwijl rondom mij om bier en wijn werd gevraagd. Tja, de tap is nu eenmaal geen eten, wel een sfeerschepper.