‘Jef en Nora waren een verrijking van ons leven’
Erwin Mortier en Jef Geeraerts Foto: Herman Ricour

In het programma ‘Terzake’ heeft Erwin Mortier verteld over de vandaag overleden Jef Geeraerts, een vriend en collega-schrijver.

‘Jef en Nora waren twee ontzettend lieve mensen die op een ontroerende manier van elkaar hielden’, zegt een duidelijk geëmotioneerde Erwin Mortier. ‘Ze gingen op een speelse manier met elkaar en met anderen om. Ze waren een verrijking van ons leven.’

Erwin Mortier en zijn echtgenoot Lieven Vandenhaute behoorden tot de weinigen die met Geeraerts nog contact hadden in de laatste jaren van zijn leven. ‘Ik heb Jef en Nora leren kennen op een boekenbeurs in Parijs. We stonden aan te schuiven aan het banket van de ambassade en toen nodigden ze ons uit om een keertje bij hen te komen eten.’

‘Het was de teneur van ons laatste gesprek. “Wat heeft het leven nog voor zin?” vroeg hij.’

Hoewel Geeraerts en Mortier zeer verschillende schrijvers waren, ging er wel een grote bewondering uit naar elkaars werk, vertelt hij. ‘Hij was de schrijver van de koloniale erfenis, maar ook klassieke kortverhalen en literaire thrillers. Hij had de Prijs der Nederlandse letteren kunnen winnen. Ik vind het ook jammer dat zijn 75ste verjaardag zo onopgemerkt voorbijgegaan is.'

‘Voor mij was hij in eerste instantie de auteur van de schandaalroman Gangreen I. Voor het eerst werd een vagina een vagina genoemd. Pornografisch was het, ja, maar racistisch niet. Jef had een groot respect voor de Afrikaanse bevolking. Mijn appreciatie voor het boek is nog verdiept door mijn gesprekken met hem. Hij klaagde de essentiële onrechtvaardigheid van het kolonialisme aan, met onder meer zijn corruptie. Maar hij gaf ook toe dat hij dat kolonialisme mee in stand had gehouden, dat heeft hij nooit verbloemd.’

Geeraerts had vooral een enorme liefde voor Afrika en die zag Mortier ook vanop de eerste rij, toen ze samen naar Congo reisden. ‘Voor ons vertrek zei hij: “Als je je hart na deze reis niet aan Afrika verloren hebt, dan ben je geen mens.” En dat heb ik ook zo ervaren. Ik weet dat Jef geregeld ’s ochtends wakker werd en dacht dat hij weer in het Afrikaanse oerwoud was.’

Wat er met de stoffelijke resten van de schrijver gebeurt, hangt af van de nabestaanden. ‘Maar ik weet dat Jef graag op het ereperk van de stad Antwerpen wilde uitgestrooid worden.’