Dat liep best gesmeerd gisterenavond op het trouwfeest van mijn petekind Jan: in de drukte van het aperitief lukte de truc van Mimi perfect (met de assistentie van een kelner die snel van begrip was), aan het buffet stelde ik een voorgerecht met vis en tomaatjes en een hoofdgerecht met vlees en courgette samen en geen mens die aan tafel begon over wat er niet op mijn bord lag (misschien zelfs geen mens die dat zág). In plaats van naar het dessertbuffet te gaan maakte ik een praatje met een nichtje en nipte ik voldaan van een thee. En gelukkig was ik volkomen nuchter bij het goed en wel naar huis brengen van een van mijn zussen die dat niet was.

Terwijl ik donderdagavond het omgekeerde aan de hand had, een wat ongemakkelijk etentje. Een vriendin had me uitgenodigd voor een hapje bij haar thuis voordat we samen naar mijn lezing in haar gemeente zouden gaan. Het door haar voorgestelde pastagerecht hadden we vervangen door een salade en dat we niet konden bijpraten bij een glas wijn, was ook afgesproken. Maar natuurlijk – hoe zou je zelf zijn als gastvrouw? – had ze zich voor de salade liever niet aan mijn allereenvoudigste lijstje gehouden (gemengde sla, kerstomaatjes, geroosterde pijnboompitten, kruiden, vinaigrette en een geitenkaasje). Behalve fijn gesneden ajuin, olijven en tomaatjes had ze ook doperwtjes en worteltjes in de sla gemengd, vol vertrouwen in het Hollandse merk HAK, verse groenten in glazen potten.

Toen ik vroeg of daar soms geen suiker was aan toegevoegd, diepte mijn vriendin de lege pot van onder het aanrecht op en keurde ik het lijstje ingrediënten, intussen mijn vaste gewoonte bij iedere voedselverpakking. ‘Doperwten, wortelen, water, suiker, zout’, geen enkel bewaarmiddel, zoals mijn vriendin al ter verdediging van haar aankoop had voorspeld, maar dus wel suiker, wat mijn man-kok trouwens ook aan gestoofde worteltjes toevoegde tot ik aan mijn dagen zonder suiker begon. Achteraf lees ik op de website van HAK: ‘De Doperwtjes met Worteltjes bevatten nu minder zout en zijn dus nog gezonder. Door de zoutverlaging proef je de pure smaak van de groenten zelfs nog beter.’ Tja, aan minder zout doet de voedingsindustrie al wel, aan zonder toegevoegde suiker is ze nog niet toe.

Goed dat mijn vriendin de reepjes wit vlees die ze ook had voorzien, nog niet in de salade had gemengd en zelfs nog niet uit de verpakking had gehaald. Ze reikte me die met enige aarzeling aan, en zonder nog te weten om welk vlees het precies ging, weet ik nog wel zeker dat er ‘glucosestroop’ was aan toegevoegd. Die dient in de levensmiddelenindustrie, zo lees ik achteraf ‘om de textuur van het product zachter te maken, om het volume te vergroten, om het kristalliseren van suiker te voorkomen en als smaakmaker’. En dus schepte mijn vriendin zorgvuldig op, worteltjes en erwtjes alleen op haar bord, meer ajuin en tomaat op het mijne. En terwijl zij zich de reepjes vlees ook liet smaken, at ik de tussen de slablaadjes gerolde erwtjes ook op. De jasmijnthee achteraf geurde heerlijk en was een échte smaakmaker.

Maar wat ik wilde zeggen: het is niet fijn om een moeilijke eter te zijn, toch niet als ik niet alleen aan tafel zit, en al helemaal niet als ik ergens te gast ben. En dat moeilijk in mijn geval staat voor experimenteel, tijdelijk heel streng en extra gezond leg ik niet graag opnieuw en opnieuw uit. Het is soms handiger om te zeggen: laat me, kijk niet naar mij om en al helemaal niet in mijn bord.

Dit is dag 22 van maand 3, een mooie zondag, waarop ik keer op keer mijn neus in een heerlijk geurige sering stak, een bloem om in te bijten, en familie van de jasmijn.