BLOG. Het echte streetfood van São Paulo
Fátima en Miris van Tabuleiro de Acarajé

Eten op de straat hoort bij het dagelijkse leven van São Paulo. Op iedere hoek staat wel een oud mannetje dat hotdogs, maïs of tapioca verkoopt. Sinds een jaar zijn foodtrucks dé hype in São Paulo: in elke straat staan wel drie foodtrucks geparkeerd, het assortiment gaat van Argentijnse wijnen en gnocchi tot churros en tientallen verschillende soorten hamburgers. Gekende chefs openen een truck en grote merken als Jameson en Doritos hebben er eentje. Iedereen wil een graantje meepikken.

In de meeste steden is streetfood snel en goedkoop, in São Paulo betaal je voor een hamburger aan een truck haast evenveel als in een restaurant. Een degelijke foodtruck kost zo’n R$ 500.000 (zo’n 157.000 euro) dus de prijzen voor de consument liggen hoog. Foodtrucks vind je niet alleen terug op de straat. Parkings worden omgebouwd tot heuse foodparks. Vorig jaar vond het eerste foodtruckfestival plaats in Shopping Iguatemi, het meest luxueuze shoppingcentrum van de stad. Het event was alles wat streetfood niet moet zijn: chic, duur en er stonden ellenlange files.

Gelukkig zijn er nog échte comerciantes da rua (straatverkopers) die vers, goedkoop, snel en lekker eten klaar maken. Een van mijn lievelingsplekken is Bar do Corno, een typische, volkse boteco in Vila Madalena. Op de drempel van de bar stelt Isabela iedere donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond haar eetkraampje op. Ze verkoopt drie schotels: carne de panela, sarapatel (een schotel gemaakt van orgaanvlees) en brochettes van kip en worst. Vers gemaakt in haar huis een paar honderd meter verder in de straat. Voor R$10 (3,15 euro) eet je een gigantische portie Baião de Dois die zelfs de meest kritische foodrecensent omver blaast. De vinaigrette, farofa en een tas koffie zijn on the house. Er zijn geen tafels of stoelen. Eten doe je staand of zittend op het voetpad, een biertje of cachaça bestel je binnen in de bar.

‘Delícia’, zegt Edouardo die hier iedere week minstens één keer komt eten. ‘Het eten van ‘a Baiana’ (de bijhaam van Isabel) is gewoon het beste. Hier eet je the real deal, het echte eten uit het noordoosten. Voor een dergelijke schotel betaal je elders het dubbele. In Vila Grana, de bakkerij hier even verderop, betaal je R$ 20 voor een stukje pizza. Isabela is een beetje gek om zo weinig te vragen.’

Edouardo eet zijn schoteltje sarapatel op en bestelt nog een portie om mee te nemen naar huis. ‘Ik kwam 27 jaar geleden bovenop een vrachtwagen uit het noordoosten naar São Paulo’, zegt Isabela. ‘Een reis van drie dagen. Eens ik in São Paulo toekwam, begon ik in restaurants te werken. Nu heb ik geen geduld meer voor om voor een baas te werken. Ik werk liever voor mezelf. Hoewel het soms hard is. Ik werk tot 01.00 uur ‘s nachts en sta ’s morgens vroeg op om mijn vlees op het vuur te zetten. Mijn vlees moet zo’n vijf uur op het vuur staan.’

Isabela werkt al twintig jaar in Vila Madalena, sinds twee jaar heeft ze een kraampje aan Bar do Corno. ‘Enkele maanden geleden kwamen de inspecteurs van de prefeitura me wegjagen. Ik mocht geen eten op de straat verkopen omdat ik zogezegd niet de juiste vergunningen had. Enkele klanten zijn rondom mijn karretje gesprongen en hebben kunnen tegenhouden dat mijn kar op de vrachtwagen geladen werd. Wat een drama. Maar we hebben een oplossing gevonden. Sindsdien sta ik met mijn eetwagentje op de drempel van de bar en kunnen ze me niets meer maken. Ik heb een overeenkomst met de eigenaar dus mag nu doen wat ik wil.’

Aan de Bar do Corno valt altijd wel wat te beleven. Een oudere drinkebroer met een glas cachaça in de hand vertelt over de echtelijke ruzie met zijn echtgenote. Een groepje hipsters komt een biertje drinken voor ze gaan feesten in Puxadinho, een club even verderop. Isabela geeft iedereen een bordje en luistert naar de verhalen terwijl ze droomt van een restaurantje op het strand in Pernambuco.

Een andere plek die van São Paulo een leukere stad maakt is Tabuleiro de Acarajé, in Vila Buarque, het centrum van de stad. Fátima en Miris openden een raam waaruit ze versgemaakte acarajé verkopen, een typische schotel uit Bahia, gemaakt van gefrituurde bonen, bedekt met een pittige garnalenpasta (zie foto boven). Eten doe je er op een plastic stoel aan een plastic tafeltje, op het voetpad.

Uit de luidsprekers van de oude stereoketen knalt een lambadahit of een forródeuntje. Er is geen wc. Je kan in de bar naast Tabuleiro naar het toilet. Je kan in de bar meteen een biertje kopen. Fátima en Miris verkopen geen praatjes. Hun recept komt niet van een tante of grootmoeder. Ze zochten het op via Google, deden enkele testen en klaar. Wie wil krijgt er bij de acarajé - die R$15 kost - een glaasje cachaça van het huis bovenop. De meisjes hebben geen allures, ze maken gewoon de beste acarajé van de stad, gemaakt met carinho (liefde) en talent. Zo’n plekken zouden er meer mogen zijn.

Kim De Craene-Bombonati werd verliefd op een Braziliaan, trouwde met hem en schippert daardoor tussen Antwerpen en het goed 9.700 kilometer verder gelegen Braziliaanse São Paulo. Voor De Standaard Life & Style houdt ze ons wekelijks op de hoogte van haar avonturen in Brazilië.