ZEVEN WOORDEN VOLSTAAN
Foto: rr
Een goede kennis berichtte me dat ze van haar verslaving aan kindersnoep af is geraakt door het boek 'Sterker dan suiker' van Sonia Kimpen in huis te halen. Meteen raadde ze ook het boek 'Suikerweeën' van William Dufty aan. Geen week later schreef een vriendin dat ze halverwege de jaren zeventig dat boek van die Dufty in het Engels las (met de mooiere titel ‘Sugar blues’). Ze werd er zeer antisuiker van, voegde ze eraan toe, en dat is haar – een pezige, onvermoeibare trekker – aan te zien.

Ik heb nog nooit een boek over voeding gelezen, laat staan een boek van Sonia Kimpen. Ze pronkt op de covers van haar boeken met hoe ze er uitziet, slank, fit, lachend en stralend, voor mij reden genoeg om me niet tot haar doelpubliek te rekenen. Maar omdat ik twee keer in één week op het boek van William Dufty (1916-2002) attent was gemaakt, ging ik ernaar op zoek op internet. Tot ik daar vlug de brui aan gaf. Waarom zou ik? Zo’n boek over voeding, en in het bijzonder over suiker, gaan lezen? Alles wat ik over suiker wil weten, zei expert Robert Lustig kort, goed en helder in het recente interview met De Standaard (DS 21/03/2015); meer moet dat voor mij niet zijn, laat staan dat ik zijn boek ‘Sugar: The Bitter Truth’ ga lezen.

Het vervelende aan al dat geschrijf over wat best wel en wat best niet te eten, over waarvan je kanker krijgt, of Alzheimer, of een defect hart, of, omgekeerd, waarvan je gezond blijft, fit en – hét ultieme argument (zeker nu het mooie weer eraan komt) – slank, het vervelende is dat al die weetjes vol tegenstrijdigheden zitten. Ingrediënt versus ingrediënt, nutriënt versus nutriënt, experiment versus experiment (in Engeland zus en in Japan zo), en dat staat dan (naar ik vermoed) uitgesponnen in die boeken die ik niet lees en in korte berichten op ‘life-style’ bladzijden die ik voortdurend onder ogen krijg. Ik loop (beter gezegd: liep, tot begin dit jaar) verloren tussen al die informatie, voortaan wil ik alleen nog weten wat wetenschappers (als Lustig) zeggen en blijf ik gehoorzaam eten wat mijn coach Ann (ook een wetenschapper) me voorschrijft – in het volste vertrouwen, anders werkt coaching niet.

Gelukkig komt wat Ann zegt overeen met wat Lustig uitlegt, kan ik de boeken over voeding gerust links laten liggen en mijn schouders ophalen bij life-style-gekwetter. Ik hoef alleen aandachtig het lijstje ‘ingrediënten’ en ‘voedingswaarde’ te lezen wanneer ik bijvoorbeeld yoghurt koop en me best voeden met producten zonder zulke lijstjes, zoals bloemkool of appel. Intussen ken ik wel een raadgeving uit het hoofd, de gouden ‘seven words’ van Michael Pollan, een Amerikaanse journalist en self-made voedingsdeskundige: ‘Eat food, not too much, mostly plants’. De man heeft ook boeken geschreven die ik niet lees, temeer daar hij op een halve A4 in zeven punten opsomt wat hij met ‘food’ bedoelt, net als Lustig en Ann: real food. De leukste manier om dat te herkennen, verwoordt Pollan in zijn eerste punt: voedsel is niet iets wat je grootmoeder niet als zodanig herkend zou hebben. (Voor wie benieuwd is naar de andere zes punten, zie hier.)

Dit is dag 13 van maand 2, en ik heb de avond voor mij om verder te lezen in het prachtboek dat een vriend me meegaf, 'De stamhouder'. Een familiekroniek van de Nederlander Alexander Münninghoff.