Het personeel van transportbedrijf Stobart in Genk heeft dinsdagavond laat beslist om voort te staken, nadat eerdere onderhandelingen tussen hun werkgever en de vakbonden op niets waren uitgedraaid. Ook de sociaal bemiddelaar in Brussel kon de standpunten over loonsvermindering niet dichter bij elkaar brengen.

Bij Stobart Automotive in Genk worden wagens getransporteerd. Zoals overal in de sector staan de marges er sterk onder druk en voert de directie al anderhalf jaar lang onderhandelingen met de vakbonden over een besparingsplan. Het uitblijven van een oplossing heeft maandag geleid tot een spontane staking door de 120 medewerkers van het bedrijf. Ze pikken het niet dat de loonmassa nog eens met 12 procent naar omlaag moet en er daarvoor ook goedkope buitenlandse arbeidskrachten worden ingezet.

Ontgoocheld

De besprekingen dinsdagnamiddag en -avond onder begeleiding van een extern bemiddelaar hebben niet tot een verzoening geleid. 'We zijn ‘s avonds laat nog naar de bedrijfspoort gereden om een stand van zaken te melden aan onze mensen', zeggen Gert Steegmans (ACLVB) en Vicky Rymen (ACV). 'Ze reageerden ontgoocheld en hebben dan ook beslist om de staking voor onbepaalde termijn verder te zetten. Nieuwe besprekingen zijn vooralsnog niet gepland.'

De directie van Stobart houdt vol dat de actie een gevolg is van een misverstand. 'Wij maken onze medewerkers en syndicaal afgevaardigden reeds anderhalf jaar duidelijk dat de totale loonlast van onze chauffeurs 12 procent hoger ligt dan bij de directe concurrenten in Limburg. Die kloof moet gedicht worden, wat absoluut niet wil zeggen dat iedere chauffeur 12 procent loon dient in te leveren. Die impact bedraagt gemiddeld gemiddeld slechts 3,4 procent, en met bijkomende maatregelen kunnen we dat nog verder verlagen.’