ANALYSE. Verboden film wint Berlinale
Panahi’s nichtje, geëmotioneerd. Foto: EPA

De Standaard-filmredacteur Jeroen Struys blikt terug op het 65ste Filmfestival van Berlijn. ‘De winnaar, Taxi, is natuurlijk geregisseerd, en voortreffelijk bovendien.’

‘Beperkingen kunnen aanzetten tot creativiteit’, zei juryvoorzitter Darren Aronofsky, ‘Maar soms kunnen beperkingen zo vernauwend zijn dat ze kapotmaken. Deze regisseur laat zijn hart echter niet verwoesten en heeft een liefdesbrief aan film geschreven.’

Jafar Panahi mag van de Iraanse overheid geen films maken, maar heeft nu wel de Gouden Beer gekregen voor ‘Taxi’. ‘Taxi’ is al de derde film waarmee hij ingaat tegen het verbod. Het is een film vol dubbele bodems: ironische knipogen maar ook pijnlijke waarheden. Panahi doet alsof hij niet meer heeft gedaan dan rondrijden door Teheran met een camera op het dashboard van zijn taxi. Maar de film is natuurlijk geregisseerd, en voortreffelijk bovendien.

Panahi mag het land niet verlaten. Zijn nichtje, dat ook in de film te zien is, nam in zijn plaats de Gouden Beer in ontvangst. Het was het hoogtepunt van de uitreiking vanavond: eerst stak ze triomfantelijk de Beer in de lucht, vervolgens werd ze, denkend aan haar oom, overmand door tranen.

Zuid-Amerika boven

Een ander mooi moment was toen de regisseur van ‘Ixcanul (Volcano)’ op het podium kwam met zijn hoofdrolspeelsters, in vol ornaat volgens de mode van het dorp in Guatemala waar de film zich afspeelt. Ze kregen de Alfred Bauerprijs, een bekroning voor een film die nieuwe perspectieven opent.

De Chileense regisseur van ‘El club’, Pablo Larrain, was zichtbaar ontgoocheld met de de Juryprijs. Velen hadden op hem gegokt voor de Gouden Beer, hij moet het stellen met de troostprijs. Larrain legt in zijn film het cynisme bloot waarmee de katholieke Kerk wereldwijd misbruiken onder de mat veegt. ‘Veel mensen hebben moeten lijden en zijn zelfs gedood in naam van God’, zei de regisseur toen hij zijn Zilveren Beer afhaalde. ‘Ik hoop dat dit ooit stopt.’

Gespleten prijzen

De prijzen voor beste acteur en actrice gingen naar de hoofdrolspelers van dezelfde film, ‘45 years’, maar dat is absoluut begrijpelijk bij deze delicate, uitzonderlijke film. Tom Courtenay en Charlotte Rampling spelen voortreffelijk als een oud koppel, maar wij vielen toch vooral voor de broeierige blikken van Rampling, die achter een groot, pijnlijk geheim komt.

De jury koos ervoor om enkele prijzen op te splitsen, naar eigen zeggen omdat er zoveel goeie films waren – maar dat klinkt altijd als een flauwe manier om te zeggen dat ze het niet eens werden. Regisseur Radu Jude heeft met ‘Aferim!’ Een merkwaardige film gemaakt: een western die zich afspeelt in Roemenië in een tijd dat daar Roma’s als slaven werden verhandeld. De film legt bloot hoe Europa een lange geschiedenis van openlijk racisme met zich meesleurt.

Terecht gaat een van de twee prijzen voor beste camerawerk naar ‘Victoria’, een film die begint als een feest en eindigt in een bloedbad. De film werd volledig in één take opgenomen en, belangrijk, er werd niet vals gespeeld zoals recent nog in het bejubeld ‘Birdman’, waar af en toe gebruikgemaakt wordt van een zoom op een zwarte deur om toch een overgang te maken. Toegegeven, het niveau van het beeldwerk is dan ook een pak minder spectaculair dan bij de grote Amerikaanse productie van Alejandro González Iñárritu.

‘Victoria’ deelt de prijs met de cameralui van ‘Under electric clouds’. Het moet gezegd dat die film een bijzondere wereld naar het scherm tovert, een dystopie en nachtmerrie tegelijk. Maar wij vonden de film zwaar op de hand en pseudo-intellectueel. Misschien vond de jury het wel fijn dat de film een co-productie is tussen Rusland, Polen en Oekraïne.