Twee verhoren mogen niet als bewijsmiddel dienen op proces Hells Angel
Foto: Photo News

Tijdens de tweede dag in het Tongerse assisenproces van de Genkse Hells Angel Ali I., heeft het hof beslist dat twee verhoren en een confrontatie onregelmatig waren en dus niet als bewijsmateriaal kunnen dienen. Het hof volgde zo deels de verdediging die maandag stelde dat het recht op een eerlijk proces en de rechten van verdediging geschonden zijn omdat Ali I. bij bepaalde verhoren geen bijstand van een raadsman zou gehad hebben en niet gewezen was op zijn zwijgrecht of op het recht zichzelf niet te incrimineren.

Assisenproces komt niet in gevaar door procedurekwestie

Volgens de de advocaten van de burgerlijke partijen komt het proces ook niet op losse schroeven te staan door de uitspraak van het hof; er zouden nog voldoende andere verklaringen zijn waarop de jury zich kan baseren om te oordelen.

De voorzitter van het hof, Marc Sterkers, wees er de jury wel nog eens op dat een assisenproces een mondelinge procedure betreft, waar alle elementen van het onderzoek aan bod zullen komen.

Drievoudige moord

Verdachte Ali I., staat terecht voor de drievoudige moord op twee leden en een sympathisant van de rivaliserende Outlaws op 20 mei 2011 in Maasmechelen, waar een openingsreceptie plaatsvond van de bandencentrale van een Hells Angel. De drie werden doodgeschoten. Nadien werden de drie met kogels doorzeefde lichamen van Outlaws full member Freddy Put, hangaround Jef Banken en sympathisant Michaël Gerekens in de witte Citroën Berlingo van Put gedumpt in het kanaal Zuid-Willemsvaart in Eisden-Dorp (Maasmechelen).

Ali I. heeft zijn betrokkenheid altijd ontkend.