Odysseus vs. de Hulk
‘Kronos vreet zijn kinderen op'. Foto: (rr)

Dode talen, levende verhalen: de Griekse mythen zijn een populaire inspiratiebron voor jeugdboeken die de jonge lezer willen uitdagen. Dat schrijft Sylvie Geerts in haar doctoraatsscriptie.

Skylla was in de Griekse mythologie een knappe nimf die door een jaloerse rivale in een zeemonster werd veranderd. Hoe Skylla in een graafmachine veranderde is dan ook een intrigerende titel voor een doctoraatscriptie. De kersverse doctor in de Letterkunde Sylvie Geerts (UGent) vergeleek daarvoor meer dan tachtig Nederlandse jeugdboeken die sinds 1970 verschenen. ‘Er zijn in die veertig jaar grote ideologische verschuivingen geweest in de maatschappij; we zijn ook anders gaan denken over kinderen en over jeugdliteratuur. Ik wilde nagaan of we nu ook anders omgaan met de klassieke mythes dan toen.’

Haar eerste vaststelling: de klassieke mythen zijn aan een revival bezig. ‘Van de jaren 70 tot 90 werden ze maar sporadisch heruitgegeven, maar in 1994 was er een merkbare piek, die tot 2000 duurde. Tussen 2007 en 2009 was er een tweede hausse.’

1994 was het jaar dat Imme Dros haar trendsettende Odysseus: een man van verhalen publiceerde. ‘Toen zagen uitgevers dat er in de Griekse mythen stof zat voor goede jeugdboeken, er verschenen soms zes of zeven bewerkingen per jaar. Maar de jeugdliteratuur was ook geëvolueerd naar een klimaat dat gunstig was om inhoudelijk en vormelijk grenzen te verleggen. Jeugdboeken mochten wat veeleisender zijn.’

De jeugdboeken bewerkten de mythen wel vaker dan ze trouw te vertalen. De lange weg naar huis had prominent de namen van Michael De Cock en Gerda Dendooven op de kaft; alleen de ondertitel verried dat het hier om het verhaal van Odysseus ging. ‘Het is ook een meer filosofisch boek’, zegt Geerts, ‘het gaat over de vraag wat thuis is, en het heeft een open einde, in tegenstelling tot de Odyssee.’

Bescherming

In de jaren 70 werden kinderen beschermd tegen de moord en doodslag die welig tiert in Griekse mythen. ‘Het romantische idee dat een kind beschermd moet worden, vermindert vanaf de jaren 90’, zegt Geerts. Ze illustreert het met de mythe van Kronos, die zijn vader castreerde en de macht greep, en daarna zelf zijn kinderen opat uit angst dat zij hem zouden omverwerpen. ‘In de jaren 70 lees je alleen dat Kronos zijn vader “van de troon stootte”. Maar in 2007 staat al uitdrukkelijk dat hij zijn vader “de ballen afhakt”. De illustratie toont ook hoe het lid in stukken is gehakt en het bloed rond spat.’ En Kronos die zijn kinderen opeet, is tegenwoordig even populair bij illustratoren van jeugdboeken als het al eeuwen in de schilderkunst is.

De verhalen waar helden als Ikaros worden gestraft voor hun hoogmoed, worden veel gelaagder. ‘Ze weerspiegelen meer de spanningen tussen oudere en jongere generaties. Ikaros is steeds vaker een rebel die tegen het gezag ingaat en er wordt gesuggereerd dat zijn vader Daidalos mee verantwoordelijkheid draagt voor zijn dood.’

Vanaf het nieuwe millennium zijn er geen heilige huisjes meer. ‘Er mag gespeeld worden met figuren uit mythen, die opduiken in een andere context. Er mag mee gelachen worden. Bij sprookjes mocht dat al veel langer, zeker van in de jaren 70.’

De nieuwste trend is dat er lustig wordt geknipt uit de mythen. En dat ze met andere verhalen worden vermengd. ‘Een stukje Hulk, een beetje mythologie, wat Harry Potter. Je ziet dat die boeken mikken op jongeren die snel informatie kunnen opzoeken. Vroeger was een mythe meer een deel van ons erfgoed, dat zo getrouw mogelijk werd verteld.’

Graafmachine

Een goed voorbeeld van zo’n update is Dissus van Simon van der Geest en de illustrator Jan Jutte. ‘De cycloop is een boer op klompen met één oog, en in een illustratie zie je een rij jongens op de fiets, maar in de stijl van een Griekse vaas.’ Kinderen kunnen ‘cycloop’ en ‘Griekse vaas’ immers googelen. Blijkbaar vond Van der Geest een vrouwelijk zeemonster niet meer van deze tijd: in Dissus wordt het een mannelijke graafmachine die Dissus en zijn vrienden belaagt.

‘Je ziet inderdaad dat stereotiepen uit de mythen die niet meer in ons ideologisch maatschappijbeeld passen, drastisch worden veranderd’, zegt Geerts. ‘In een boek uit de jaren 70 las ik nog een beschrijving van Pandora als “een slechte vrouw die ook ongehoorzaam en dom” is. Imme Dros, die zowat alle mythen heeft bewerkt, vertelt het verhaal van Pandora niet: dat moet een bewuste keuze zijn. En Els Pelgrom geeft bij het verhaal van Pandora commentaar: ze vertelt de lezers dat nieuwsgierige vrouwen in verhalen vaak als dom worden voorgesteld, en laat verstaan dat ze het daar niet eens mee is.’