Vanaf 13.00 uur brachten honderden Gentenaars een laatste groet, de rouwenden gaven gevolg aan de oproep om één bloem mee te brengen. Onder de aanwezigen veel 'gewone' en 'bekende' Gentenaars, zoals toneelregisseur en schrijver Freek Neirynck, Luk 'pierke pierlala' De Bruycker en professor Etienne Vermeersch. Ook Zjef Vanuytsel en Johan Verminnen woonden de dienst bij. Ook het Gentse schepencollege woonde de afscheidsviering bij.

In de 13de-eeuwse concertzaal, waar plaats is voor 950 aanwezigen, brachten Patrick Riguelle, Roland Van Campenhout, Alex Rambaut, Yves Meersschaert en andere muzikanten waar De Buck mee samenwerkte, vanaf 14 uur een muzikaal eerbetoon. Dat eerbetoon begon en eindigde met een groot applaus. Nummers zoals ‘k Ben al zo lang op weg geweest’ en ‘k Zou zo gere willen leven’, naast het Franse amoureuze strijdlied ‘Le temps des cérises’, dat De Buck nog met Riguelle zong, passeerden de revue.

'Veel tegelijkertijd, maar altijd gewoon zichzelf'

De Bucks kleindochter, Maaike, nam als eerste het woord en omschreef haar grootvader als 'een man die mensen raakte door te doen wat hij wilde doen, door te zijn wie hij wou zijn. Hij was veel tegelijkertijd, maar altijd gewoon zichzelf'. 'Dag geleefde handen, dag wijze woorden, dag grijze baard met kriebelkusjes', klonk het ontroerend.

Acteur-regisseur Bob De Moor, een persoonlijke vriend van Walter De Buck, sprak een afscheidsrede uit. 'Wat heeft die man de afgelopen 50 jaar niet allemaal gedaan? Gent en het Gents weer op de kaart gezet, ons leren feesten, fanfares laten toeteren, een Big Band geleid, een openluchtcinema uit de grond gestampt, voorzitter geweest van de legendarische voetbalploeg ‘Dynamo Martiko’. Hij is de verwekker van ontelbare kinderen, goeroe, redder van het werk van Karel Waeri, oprichter van het Nieuwpoorttheater, bouwer van de barge, bezieler van de georganiseerde anarchie, stichter van het lunchtheater, bezieler van Loods 13 en bovenal beeldhouwer.'

De Moor herinnerde zich hoe Walter De Buck in de jaren zestig zijn buurman werd bij Sint-Jacobs en er de Gentse Feesten opnieuw uit de grons stampte. De Moor verwees ook naar Walter De Bucks boek ‘Partituur van een Gents rebel’. 'Voor mij blijft creativiteit de belangrijkste stimulans in het leven. Het helpt me bij de zoektocht naar mezelf, het geeft me vreugde en troost bij het dwalen door een imaginaire wereldt, citeerde hij.

'Katalysator'

Kunstenaar Luc Daels, samen met De Buck een van de drijvende krachten achter Trefpunt en de Feesten-heropstanding, omschreef Walter als een 'katalysator'. 'Zonder zichzelf te veranderen kon hij andere mensen een stoot geven zodat ze in het vervolg van hun leven een beetje anders werden en dingen deden die ze van zichzelf nooit hadden verwacht', aldus Daels.

Op de ledwall van het Gentse Stadsmuseum STAM, die te zien is vanaf de binnenring, wordt zaterdag een grote foto van Walter De Buck getoond. In de binnentuin van de Bijlokesite brandt een haardvuur en klinken bekende en onbekende nummers uit het rijke oeuvre van de muzikant-beeldhouwer. 

Walter De Buck laat een echtgenote (Mia) na en negen kinderen, achttien kleinkinderen en acht achterkleinkinderen. Die staan allemaal met voornaam op het rouwprentje, met op de voorkant een zwart-witfoto en een tekst uit 1953.