Daders eerste homofobe moord in België veroordeeld
Foto: BELGA
Eric Parmentier, Jérémy Wintgens en Mutlu Kizilaslan zijn maandag in Luik schuldig bevonden aan de moord op Ihsane Jarfi, met homofobie als verzwarende omstandigheid. Jonathan Lekeu is schuldig aan doodslag met homofobie als verzwarende omstandigheid. Jarfi was de eerste officiële dode als gevolg van homohaat in ons land. Het Gelijkenkansencentrum is tevreden.

De 32-jarige Ihsane Jarfi werd op 1 mei 2012 dood aangetroffen in de buurt van Tinlot (Hoei). Hij was vermist sinds 22 april. De vier beschuldigden werden ervan verdacht hem te hebben gedood omdat hij homoseksueel was.

De beschuldigden hebben volgens de jury van het assisenproces in Luik toegegeven dat ze Jarfi een lesje wilden leren vanwege zijn homofilie. Ze zijn eveneens schuldig bevonden aan onmenselijke behandeling, vernedering en willekeurige opsluiting. De motivatie van de beslissing nam vijf uren in beslag.

Eric Parmentier (36), de chauffeur van de wagen waarin Jarfi op 22 april instapte, bekende dat hij Jarfi had geslagen nadat hij van hem een homoseksueel voorstel had gekregen. Hij was bovendien de enige beschuldigde die de regio kende waar het lichaam gevonden werd. De jury benadrukte de belangrijke rol die de man speelde tijdens de feiten.

Jérémy Wintgens (30), die wordt beschouwd als de tweede leider van de groep, gaf toe dat hij als medeplichtige had deelgenomen aan de moord. De jury verklaarde dat hij Parmentier zou hebben geïmiteerd tijdens de feiten.

Mutlu Kizilaslan (31) verklaarde slechts twee slagen te hebben toegebracht aan het slachtoffer en slechts op een passieve manier te hebben deelgenomen aan de moord, maar de jury volgde zijn verklaringen niet.

Jonathan Lekeu (25), tot slot, werd beschreven als een volger die plots tot geweld kon overgaan, omdat hij imitatiegedrag vertoont.

'Tevreden met homofobie als verzwarende omstandigheid'

Het Interfederaal Gelijkekansencentrum is tevreden dat de jury bevestigde dat homofobie wel degelijk aan de basis ligt van de moord op Ihsane. Het centrum had zich in deze procedure aan de zijde van de familie en naasten van Ihsane burgerlijke partij gesteld om de homofobe drijfveer van de gewelddadige dood erkend te zien

'Een persoon vermoorden is op zich uiteraard ontoelaatbaar', zegt directeur Jozef De Witte. 'Maar als die moord gepleegd wordt omwille van iemands seksuele geaardheid, raakt dat niet alleen die persoon zelf, maar de hele samenleving. Die misdrijven wekken een gevoel van kwetsbaarheid op bij de naasten van het slachtoffer, maar ook bij alle homoseksuele personen. Ze tekenen een samenleving door hun stigmatiserend effect.'

'Door onze burgerlijke partijstelling hebben we in deze zaak een krachtig signaal gegeven', aldus De Witte. 'We zullen nooit tolereren dat mensen omwille van om het even welke discriminerende reden worden aangevallen. Of het nu gaat om origine, huidskleur, seksuele geaardheid of levensbeschouwing, het centrum zal het ook in de toekomst opnemen voor alle slachtoffers van haatmisdrijven.'