John Cale bijna onherkenbaar
Foto: Geert Van de Velde

Niet met zijn nieuwe oorlogsmuziek, maar met een compleet herdachte uitvoering van zijn klassieke album ‘Paris 1919’ maakte John Cale indruk in Mesen.

De kleinste gemeente van het land heeft in zijn woelige geschiedenis al veel volksmassa’s over zich heen gekregen, maar nooit waren die zo cultuurgezind als afgelopen zaterdag. Tot ver buiten de dorpskom zochten de mensen plaats om hun wagen te parkeren.

Waarom organisator Gone West dan uitgerekend in zo’n gat de grote John Cale liet komen, werd voor het concert evenwel niet toegelicht. Na drie maanden Gone West is dat een duidelijk euvel: de concerten worden ter plekke niet ingekaderd. Indien de artiest zelf ook niets vertelt over de context van Wereldoorlog 1, valt het gebeuren koud.

Wantrouwen

John Cale kaderde zeer zeker niets in. Niet alleen is dat zijn stijl niet, maar hij gaf eerder deze week ook al te kennen dat hij de concrete aanleiding, de historische verbroedering aan het front eind december 1914, wantrouwt. Hij zei er in Mesen geen woord over, zong er geen enkele zin over.

Wel kweet hij zich van zijn opdracht - Gone West vraagt elke gastartiest twintig minuten materiaal speciaal voor te bereiden - door voor de pauze een ‘suite’ te serveren die gericht was op oorlog in het algemeen.

Een instrumentale inleiding, Time stands still, bracht een mistige sfeer binnen. Voortdurend stootte een bombardon daarin een oproep uit, als van een generaal, en antwoordden vijf strijkers met een wat dissonante, maar volgzame melodie, alsof ze gelaten soldaten waren. Een bevreemdende intro die meteen duidelijk maakte dat Cale zijn huidige interesse voor elektronica manifest zou gebruiken.

Het stuk Young, proud and dead was vooral een monotone declamatie met veel industriële noise erin. Verwant met wat Einsturzende Neubauten in oktober in Diksmuide bracht, leek het echter weinig meer dan een sfeerschepping rond de idee dat jonge mensen in een absurde wereld terecht komen, in oorlogstijd.

Dat leek zelfs in tegenspraak met de daarop volgende declamatie van A refusal to mourn the death, by fire, of a child in London, een nogal complex gedicht van Welshman Dylan Thomas. De dichter weigert daarin om mee te doen aan de kermis van ‘rouwbeklag voor de onschuld en de jeugd’, vermits het lijden alomtegenwoordig is. Hoeveel luisteraars dat zullen verstaan hebben in de aanzwellende strijkers, is de vraag.

Tot slot van een erg kort eerste deel bracht de band, 17 koppen sterk, Caligula, een lang uitgesponnen mars die het universele mechanisme van de oorlog blootlegde. Cale’s repetitieve signatuur zorgde ervoor dat het stuk muzikaal vervelend en monotoon werd, maar dat gevoel zullen ze in oorlogstijd ook wel hebben wanneer de vrede maar niet terugkeert.

Beneden het gemiddelde

Was dit goed? Het leek ons vrij haastig gemaakt, en voor een man als Cale beneden het gemiddelde. Het was ook bizar dat hij de opdracht zo letterlijk nam dat hij het eerste deel niet wat verder aankleedde met andere songs. De indruk overheerst dat de symboliek van het gebeuren niet aan deze wantrouwige Welshman besteed was.

Na de pauze voerde Cale dus Paris 1919 uit, een van literatuur en geschiedenis doordrenkt album met barok gearrangeerde songs, waarmee hij in 1973 afstand nam van zijn hedendaagse experimenten. Met de titel verwees hij naar het verdrag van Versailles, oorsprong van de latere problemen met Duitsland. Hij maakte destijds een parallel met het opbod in kernraketten tussen rivaliserende naties in de Koude Oorlog.

Cale voert het al sinds 2009 overal in de wereld uit, en deed dat in Mesen dus met een beperkte orkestrale bezetting van 13 strijkers en blazers, plus een rockband en zijn eigen klavieren.

Noise, barok, country

Wie een beschaafd, nostalgisch avondje verwacht had, mocht al meteen inpakken toen Cale A Child’s Christmas in Wales in industriële rockkleuren transformeerde. Dat mag dan kloppen met de idee van de song (ontsnappen aan je lot, de muren neerhalen), maar het kondigde een radicale uitvergroting aan en daar hadden niet veel mensen op gerekend.

Cale en zijn drie muzikanten gingen nog even door met noise-gitaarwerk en industriële elektronica, wat de toegankelijke klank van het album volkomen verstoorde. Paris 1919 was destijds een optelsom van een barok orkest en de countryband Little Feat, maar klonk in Mesen in het begin als rauwe grootstadsmuziek met wortels in de punk.

Het werd nog vreemder toen Cale Paris 1919 herwerkte als een popsong, met electrobeats en jazzy versiering. Tegen dan waren alle muzikanten er weer bij en Cale gebruikte zijn blazers en strijkers nonconformistisch genoeg. Graham Greene was naïeve, minimalistische pop. Half Past France dan weer een combinatie van een atmosferische onderlaag met expressionistische declamatie, om het overwinnen van angst aan te geven.

Schitterende weemoed

Schitterend was een weemoedige versie van Antarticia starts here, maar daarna sloeg Macbeth, dat logischerwijs tot afsluiter van de cyclus gepromoveerd was, weer vonken. Oorspronkelijk een glamrock-oefening, werd de song een soort disco-funk, uitgewerkt met fanfare en jazz-solo’s, en op het einde een eindeloos herhaald refrein (’Somebody knows for sure’) waarin Cale het publiek aanmoedigde om mee te klappen.

Creatief, gedurfd en inspirerend

Was dit goed? Het was alleszins creatief, gedurfd en inspirerend. Hoogstaande arrangementen zochten een pact met goedkope synthesizerklank, en Cale leek ons enthousiast over zijn eigen provocaties. Hij herdacht veertig jaar oude muziek naar een sterk eclectische muziekbeleving van vandaag. Maar alweer, waarom de bezoekers daarvoor naar Mesen moesten gaan, weten ze vast nog steeds niet.