Uitstel voor strengere taalvereiste
Foto: BELGA

De meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD hebben een overgangsregeling uitgewerkt voor de strengere taalvoorwaarde bij de voorrangsregels in het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel. Oppositiepartij Groen, die het probleem vorige week aankaartte, vindt het nog steeds ‘kafkaiaans’.

Door een decreetswijziging in april 2014 zouden ouders vanaf volgend schooljaar een hoger taalniveau Nederlands moeten bewijzen om in aanmerking te komen voor de voorrangsregeling voor Nederlandstaligen in Brussel. Die wijziging verhoogde het niveau van B1 naar B2. Gevolg was dat het Huis van het Nederlands in Brussel de voorbije weken werd overspoeld met vragen van anderstalige ouders.

Omdat de aanmelding voor de inschrijvingen in het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel begin januari starten, moest er snel een oplossing gevonden worden. Oppositiepartij Groen trok vorige week al aan de alarmbel en meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD beloofden toen een snelle oplossing.

De meerderheid legt nu een voorstel van decreet op tafel. Bedoeling is om nog één schooljaar lang (2014-2015) ook taalniveau B1 op te nemen in de voorrangsgroep. ‘Op die manier nemen we meteen de druk op de Huizen van het Nederlands weg en krijgen de mensen in de praktijk extra tijd, tot juni 2016, om het taalniveau B2 te halen’, legt N-VA-parlementslid en onderwijsspecialist Koen Daniëls uit. Minister van Onderwijs Hilde Crevits is tevreden met het voorstel.

‘Kafkaiaans’

Oppositiepartij Groen verwerpt het voorstel van de meerderheid. De Vlaamse groenen betreuren dat de meerderheid blijft vasthouden aan de ‘kafkaiaanse taaltesten’. ‘Zelfs als hun kinderen al negen jaar in het Nederlandstalig kleuter- en basisonderwijs zitten, moeten anderstalige ouders nog altijd bewijzen dat ze Nederlandstalig zijn’, zegt Vlaams parlementslid Elke Van den Brandt.

Van den Brandt diende met haar partij een alternatief voorstel in waarbij kinderen die al jaren in het Nederlandstalig onderwijs zitten automatisch worden gezien als Nederlandstalige kinderen, zonder taaltest voor hun anderstalige ouders.

Volgens de Groen-politica duwt het voorstel van de meerderheid kinderen ook richting Franstalig onderwijs. ‘Tegen kinderen die bewust kozen voor het Nederlandstalig onderwijs, zegt de regering-Bourgeois dat ze enkel naar het Nederlands middelbaar kunnen als hun ouders voldoende Nederlands kennen. Daarmee verwijst de meerderheid kinderen naar het Franstalig onderwijs, terwijl velen van hen die taal niet machtig zijn.’