Na het glazen plafond: de ‘kleverige vloer’
Foto: Shutterstock

Het ‘glazen plafond’, waardoor vrouwen minder kansen krijgen dan mannen om op te klimmen op de professionele ladder, kennen we intussen al. Maar diezelfde vrouwen blijken nu ook minder snel de eerste trappen van die ladder te betreden, en dus minder snel dan mannen een eerste promotie te maken, zo toont nieuw internationaal onderzoek aan. ‘Kleverige vloeren’, zo wordt het fenomeen genoemd.

Voor hun onderzoek reageerden onderzoekers van de UGent, de KU Leuven en de Franse IÉSEG School of Management met in totaal 1.152 fictieve sollicitatiebrieven op echte vacatures binnen de Vlaamse arbeidsmarkt. Op het eerste gezicht deden zich weinig problemen voor: ongeveer even veel mannen als vrouwen (26 tegenover 25 procent) kregen een positieve reactie, en even veel (11 tegenover 10 procent) werden onmiddellijk uitgenodigd voor een gesprek.

‘Moeilijk om in hoofden van werkgevers te kijken’

Het probleem zat hem in iets anders. Wanneer de onderzoekers de vacatures daarna opdeelden volgens de vraag of ze al dan niet snel een promotie inhouden, zagen de cijfers er toch iets anders uit. ‘De fictieve mannelijke kandidaten in het onderzoek hadden in het onderzoek veel meer kans op succes dan de vrouwelijke kandidaten: ze hadden 23 procent meer kans op een positieve reactie, en zelfs 50 procent meer kans om uitgenodigd te worden voor een gesprek. De ‘kleverige vloer’, zo noemen de onderzoekers het fenomeen.

Waarom gaan werkgevers over tot zo’n ongelijke behandeling van vrouwen? ‘Het antwoord op die vraag is helaas niet zo eenvoudig te geven’, zegt Stijn Baert van de vakgroep Sociale Economie van de UGent, die aan het onderzoek meewerkte. ‘We kunnen helaas niet in de hoofden van die werkgevers kijken.’

Er zijn wel mogelijke verklaringen, zegt Baert, op basis van theoretisch internationaal onderzoek. ‘Volgens een belangrijke economische theorie vinden sommige werkgevers, collega’s en klanten het onaangenaam om samen te werken met vrouwen op hogere posities. Dit gevoel wordt mogelijk veroorzaakt door de traditionele oververtegenwoordiging van mannen in deze functies. Anderzijds zou het kunnen dat sommige werkgevers over het algemeen van mannen een hogere productiviteit verwachten in hogere functies, omdat zij vinden dat ze beter matchen met typisch mannelijke kenmerken of tijdsbesteding.’

Actief opsporen en bestraffen

Maar ons land heeft toch een antidiscriminatiewetgeving? Kan dit dus zomaar? Het probleem is niet de wetgeving op zich, zegt Baert. Want België heeft een antidiscriminatiewet, en ze is goed genoeg. ‘Het probleem is dat ze onvoldoende wordt toegepast, en niet actief genoeg’, klinkt het. ‘Vandaag werkt de overheid enkel passief: men kan klachten indienen, maar de overheid gaat niet actief genoeg op zoek. Er zouden steekproeven kunnen worden georganiseerd, om na te gaan of werkgevers systematisch bepaalde groepen discrimineren. Om daarna ook effectief tot bestraffing over te gaan, wat vandaag ook niet gebeurt.’