BLOG. Trage gesprekken terwijl tyfoons razen
Joeri Thijs Foto: rr

Joeri Thijs vertegenwoordigt deze week de belangen van Greenpeace op de klimaattop in Lima. Hij bekijkt de gebeurtenissen door de ogen van een lobbyist, maar laat af en toe ook zijn innerlijke activist spreken.

Na tien jaar op klimaatthema’s te hebben gewerkt bij Greenpeace zit ik hier dan, eindelijk. Op de klimaattop. Mijn missie: informatie verzamelen, uitwisselen en bezorgen aan andere aanwezige stakeholders, contacten leggen en natuurlijk van zeer nabij het verloop van de echte klimaatgesprekken volgen. Het is allicht een minder zichtbare kant van Greenpeace, maar ons onderzoekswerk én het feit dat wij vaak op het terrein aanwezig zijn, maakt dat we een relevante gesprekspartner zijn op deze top. Zo ervaar ik het hier toch.

Maar ik ben in Lima met twee verschillende petjes. Of beter: met een dubbel paar ogen. Enerzijds, en in de eerste plaats, vanuit het standpunt van de lobbyist. Anderzijds met de verbaasde blik van de activist, die nog steeds in mij huist.

De lobbyist beseft dat in het licht van de gigantische uitdaging – een totale omslag van ons economisch en maatschappelijk model in een periode van amper enkele decennia – het op zich al iets betekent dat landen rond de tafel zitten en bereid blijven om gezamenlijk actie te ondernemen. Dit proces blijft momenteel onze enige kans op een sterk internationaal kader om het globale klimaatprobleem aan te pakken.

Monnikenwerk

De activist vraagt zich af hoe deze ongelooflijk logge onderhandelingen de mensheid in staat zullen stellen het hoofd te bieden aan de grote urgentie van het klimaatprobleem. Hij vraagt zich af of de aanwezigen überhaupt beseffen dat de klimaatimpact er vandaag al is. De activist in mij heeft veel zin om de aanwezigen toe te schreeuwen dat “vooruitgang” wel iets anders is dan de schoorvoetende kinderpasjes die hier worden gezet.

Wie in mij het laatste woord zal krijgen, is nog niet duidelijk maar beiden volgen dit schouwspel met grote ogen. De inzet is hoog en hoogdringend. Na de grote mislukking van de klimaattop in Kopenhagen 5 jaar geleden zijn alle ogen nu gericht op Parijs, waar de top eind 2015 plaatsvindt. Dat is de deadline die landen zichzelf hebben opgelegd om tot een nieuw ambitieus en bindend akkoord te komen.

Wat doet men dan in Lima, hoor ik u vragen? Hier moeten landen het eens raken over de bouwstenen van dat akkoord. Eerder werd al afgesproken dat landen in de lente van 2015 zelf hun engagementen op tafel moeten leggen. Die worden dan ‘gewogen’ ten opzichte van de inspanningen die het klimaatprobleem vereist. Een complex monnikenwerk: verschillende nationale contexten en beleidsvormen moeten met elkaar worden verzoend en vertaald worden in een werkbaar globaal akkoord.

Internationale profilering versus nationaal beleid

Tot daar de theorie. In werkelijkheid gaapt een gigantische kloof tussen woorden en daden. Op de shuttlebus naar de conferentie vanmorgen ontmoette ik een vertegenwoordiger van een Peruviaanse denktank. Hij had het over de ambigue houding van de Peruviaanse regering. Peru hoort in de internationale onderhandelingen inderdaad bij de meer progressieve landen. Manuel Pulgar-Vidal, de Peruviaanse milieuminister, neemt zijn voorzitterschap van deze klimaattop ook heel ernstig en lijkt vast van plan om resultaten te boeken. Maar zijn nationaal milieubeleid steekt schril af tegen zijn internationale profilering en zijn voornemen. Zo stemde Peru eerder dit jaar een nieuwe wet die milieureglementering afzwakt ten voordele van de industrie die in dit prachtige land grondstoffen wil ontginnen. Op natuurplaatsen waar je dat vooral niét moet doen.

Die kloof tussen woorden en daden is jammer genoeg de rode draad van de debatten in Lima. Zowat alle landen maakten begin vorige week grootse en ambitieuze openingsstatements over de urgentie van het klimaatprobleem en de enorme verantwoordelijkheid om samen een akkoord te bereiken. Maar in het gevoerde klimaatbeleid thuis – en helaas ook al te vaak tijdens de onderhandelingen hier in Lima – gaat het heel snel weer terug naar ‘business-as-usual’.

Die ambiguïteit is ook België niet vreemd. In deze internationale gesprekken hoort ons land steevast bij de progressieve stemmen. Mooi, maar in België rammelt het klimaatbeleid nog altijd van alle kanten. Zo heeft ons land nog altijd geen bijdrage gestort aan het Groen Klimaatfonds van de VN, dat landen in ontwikkeling moet bijstaan om zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De Belgische onderhandelaars in Lima zitten dus in een lastig parket. Ik hoop dan ook dat onze ministers die vandaag arriveren een aantal stevige en bindende budgettaire toezeggingen kunnen doen, en zo goodwill injecteren tijdens de eindfase van de onderhandelingen deze week.

Tot morgen!