Meer dan 1.000 tumoren gevonden na eerste bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker
Jo Vandeurzen. Foto: BELGA

Het eerste bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker leverde bij 10,1 procent van de deelnemers een verdachte hoeveelheid bloed in de stoelgang op. Dat maakte Vlaams minister van Gezondheid Jo Vandeurzen (CD&V) bekend. Bij ongeveer 60 procent van de mensen die doorgestuurd werden, zijn poliepen vastgesteld, zo’n 10 procent had een tumor.

In 2013 werd het eerste bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker opgestart. Ongeveer de helft van de 250.000 uitgenodigde Vlamingen leverde toen een stoelgang-staal in. Vandaag blijkt dat één op de tien een afwijkende test afleverde. Na een coloscopie in het GZA Antwerpen werden bij 63,7 procent van de patiënten poliepen vastgesteld, die kunnen uitgroeien tot kanker, en bij 9,6 procent een tumor.

‘Dat lijkt een hoog percentage, maar dit wordt verklaard door het feit dat we in eerste instantie vooral de oudere leeftijdsgroepen hebben gecontacteerd’, aldus dokter Luc Colemont, die uitlegt dat er tumoren in elk stadium werden gevonden. ‘Darmkanker is een ziekte die heel lang onopgemerkt kan blijven door de patiënt. Daarom is het zo belangrijk de ziekte vroeg op te sporen, wat volledig pijnloos kan. In stadium II is de overlevingskans nog 82 procent.’

Ook voor baarmoederhalskanker werd vorig jaar een bevolkingsonderzoek opgestart. Bij tests bij meer dan de helft van de vrouwen tussen 25 en 64 werd voor 10,1 procent van de deelnemers een afwijkend resultaat vastgesteld.

Het bevolkingsonderzoek voor vroegtijdige opsporing van borstkanker bij 50- tot 69-jarigen bestaat al dertien jaar. Met de test werden vorig jaar 1.152 kankers opgespoord.