Debat boekenbeurs: ‘Taal is van ons allemaal’
Foto: *

Veel volk gisteren op het taaldebat van De Standaard, Radio 1 en de Taalunie op de Boekenbeurs. Centraal stond de vraag hoe Vlaams ons Nederlands is en mág zijn. ‘Het is niet óf de norm óf de totale chaos.’

Bijna 60 procent van de mensen die beroepsmatig met taal bezig zijn, heeft niets tegen een Vlaamser gekleurd Standaardnederlands. Met deze conclusie van een gezamenlijk onderzoek dropten De Standaard, Radio 1, de Taalunie en de KU Leuven-Campus Brussel begin deze week niet minder dan een bommetje. Op radio, televisie, kranten en sociale media gonsde het van de voors en tegens. Niet anders ging het eraan toe op het debat dat deze krant en haar partners gisteren organiseerden op de Boekenbeurs.

Hoe Vlaams mag ons Nederlands zijn? Valt er iets te zeggen voor een minder strakke norm? En zo ja, moeten de media daar een rol in spelen? Onder leiding van moderator Jan Hautekiet, die overigens gisterochtend zijn radioprogramma bij wijze van experiment in tussentaal presenteerde, gingen vijf sprekers met een hart voor taal tegen de thema’s aan: journaliste Mia Doornaert, N-VA-politicus Siegfried Bracke, teamhoofd van de Taaltelefoon Dirk Caluwé, taalkundige Sarah Van Hoof en schrijver en Nederlander Marc Reugebrink.

Minder kaal

Hoe de debaters zelf scoorden op de test, wilde Hautekiet bij het begin weten: ondanks zijn Nederlandse roots bleek Marc Reugebrink met 47 % het meeste Vlaams in zijn standaardtaal te hebben - ‘niet erg’, vond hij zelf, ‘want Nederlanders zouden hun taal beter minder kaal maken door er wat Belgisch-Nederlands aan toe te voegen.’ Ook onderzoekster Sarah Van Hoof behaalde 47 % – of dat wel mocht voor een onderzoekster, vroeg Hautekiet, waarna Mia Doornaert geestdriftig het hoofd schudde. Siegfried Bracke vroeg zich – zichtbaar opgelucht met zijn resultaat – af of hij ‘problemen zou krijgen met zijn partij’, nu bleek dat zijn Nederlands, net als dat van Dirk Caluwé, ‘slechts een licht-Vlaamse toets vertoonde’. Ook Mia Doornaert warmde zich aan haar weinig Vlaams gekleurde score van 7%.

Of we in de knoop liggen met ons Nederlands, wilde Hautekiet weten. ‘Ooit, na de Tweede Wereldoorlog, was het een goede keuze om de Nederlandse norm te volgen, in Vlaanderen hadden we er namelijk geen. Maar die verwachtingen hebben we dan weer nooit kunnen waarmaken’, duidde Dirk Caluwé. Waarna Mia Doornaert het even scherp stelde: ‘We hadden massa’s Nederlanders moeten importeren om de Noord-Nederlandse norm te doen slagen. (hilariteit in de zaal) Nu blijft het Nederlands een stijf pak dat je af en toe aantrekt.’

Mogen we fier zijn?

Mogen Vlamingen dan niet fier zijn op hun Nederlands? Zeer zeker, vond Dirk Caluwé. Want Vlamingen hebben volgens hem meer taalregisters, en kunnen dus veel creatiever met taal omgaan dan Nederlanders. ‘Wij Vlamingen stoppen soms een heel informeel woord in onze boodschap om die te kleuren. Dat doen Nederlanders niet.’ ‘We mogen fier zijn’, zo vond ook Siegfried Bracke, ‘maar wat me aan jullie studie stoorde, is dat ze de indruk geeft dat het er allemaal niet meer zo toe doet. En met een lossere norm is niemand gediend.’ Een uitspraak die Mia Doornaert kracht bijzette met het bekende beeld van de ‘kinderen, bijvoorbeeld uit sociaal achtergestelde milieus’, die enkel door een verzorgde taal hogerop kunnen komen.

De norm laten bepalen door ‘gewone’ taalgebruikers als politici, dokters of advocaten zagen Doornaert en Bracke niet zitten: ‘Dat is een verwerpelijk voorstel. De taalnorm moet je aan het onderwijs en de media overlaten’, vond Bracke. ‘Zeker de VRT heeft daar als openbare omroep haar plicht te vervullen.’

Broodnodig en bloednuchter

Broodnodige inhoudelijke nuance kwam van onderzoekster Sarah Van Hoof: ‘We hebben een norm nodig, niemand die daaraan twijfelt. Maar onze communicatie verdraagt best wat variatie. Qua uitspraak aanvaarden we wél een verschil tussen Nederland en Vlaanderen; waarom dan niet in onze woordenschat? Het is niet óf de norm óf de totale chaos. De norm kan best wat variatie hebben.’

Bloednuchtere ‘Hollandse’ relativering kwam dan weer van Nederlander Marc Reugebrink. Die zag het probleem van de hele normdiscussie niet echt: ‘Zulke discussies voeren we niet in Nederland. “Doe ’s normaal, man”, dat is onze wapenspreuk.’

Genoeg stof tot nadenken dus, gisteravond op het taaldebat. Maar wie kwam om iets bij te leren over hoe een mogelijke nieuwe Nederlandse norm er zou kunnen uitzien, was eraan voor de moeite. Want als je het gesprek als een voetbalmatch zou verslaan, dan was het wel 4-1 voor de verdedigers van een strakke Nederlandse taalnorm. Die laatsten leken bovendien thuis te spelen: open doekjes werden vooral door hen gescoord. ‘Taal is van ons allemaal’, verklaarde moderator Jan Hautekiet aan het begin van het debat. Maar gisteravond was taal toch vooral van Mia Doornaert en Siegfried Bracke.