Sociale vooruitgang en gezondheidszorg. Op andere leest geschoeid
Foto: ggm

Het ziet er naar uit dat de decennia lang gevraagde structurele ingrepen in de gezondheidszorg en vooral in de geldstromen ervan eindelijk in aantocht zijn.

Het regeerakkoord bevat een heleboel ingrepen in de werking van het apparaat van de gezondheidszorg. De patiënt zal dat zelden direct voelen, maar vrij snel zal hem dat indirect helpen. Kwaliteit en zuinigheid zullen gediend zijn.

Heel belangrijk is de financiering van de ziekenhuizen en van wat daarin gebeurt. Het huidig systeem spoort artsen en ziekenhuizen aan zoveel mogelijk ‘prestaties’ te leveren - om zoveel mogelijk betaalde nomenclatuurnummertjes te kunnen opschrijven - en beloont niet de kwaliteit. Dat laatste wil men nu wel doen. Er komen kwaliteitsbewakingssystemen voor alle zorgverstrekkers.

Er wordt overgeschakeld naar een gemengde financiering van de ziekenhuizen en hun artsen - deels per aandoening, deels per prestatie - en men evolueert geleidelijk naar een ‘zuiver ereloon voor de artsen’ zodat zij niet constant moeten onderhandelen met de directie over hoeveel ze moeten afstaan van hun ereloon voor apparatuur, gebouwen en verpleging. Artsen krijgen zonder geld af te staan, inspraak in investeringsbeslssingen.

Er mogen ook in daghospitalisatie geen ereloonsupplementen meer gevraagd worden in twee- en meerpersoonskamers. De patiëntenfactuur moet duidelijker worden.

Ziekenhuisbedden

De concurrentie tussen ziekenhuizen wordt beperkt door de grote onderbezetting van bedden (70 procent) af te bouwen: een deel van de ziekenhuisbedden moet worden omgezet in verpleegbedden, dicht bij de patiënten. Gespecialiseerde behandelingen daarentegen mogen alleen nog in een beperkt aantal ziekenhuizen gebeuren.

KB 78, het besluit dat de monopolie-terreinen van de diverse zorgberoepen afbakent, moet worden herzien, luidt het. Samenwerking moet de regel worden.

Doelen en geletterdheid

Voor het eerst belooft het Belgisch gezondheidsbeleid te doen wat elders voor professionalisering van het beleid zorgde: gezondheidsdoelen vaststellen. Niet alleen vastleggen wat men doet, maar ook wat men wil bereiken. We willen dat het aantal hartdoden vermindert tot x per jaar, bijvoorbeeld.

Hét nieuwe topic van het internationale gezondheidsbeleid, de health literacy, een basiskennis van gezondheid, sijpelt voor het eerst door in een regeringsdocument.

Het Instituut voor de Toekomst van de gezondheidszorg - dat ook voor overleg met de deelstaten moet zorgen - zou er spoedig komen.

En patiënten betrekken bij het beleid, moet de komende vijf jaar stapsgewijs de regel worden.

Psychologen

Tegen 2019 moet iedereen een referentiehuisarts hebben en een elektronisch medisch dossier.

De geestelijke gezondheidszorg wordt hervormd, psychologen en psychoterapeuten kunnen straks worden terugbetaald, de psychofarmaca moeten worden teruggedreven.

Patiënten die vóór 1986 hepatitis C kregen door een bloedtransfusie, zullen vergoed worden zoals dat al gebeurde met patiënten die zo HIV kregen.

De door artsen als pesterij ervaren lange lijst van geneesmiddelen waarvoor ze toelating vooraf moesten aanvragen om die te mogen voorschrijven, wordt afgebouwd.

Niemand nog onder Europese armoedegrens?

De regering belooft de minimum-bedragen van de sociale uitkeringen geleidelijk zodanig op te trekken dat er geen enkele meer onder de Europese armoedegrens valt; ze zal beginnen met de uitkeringen die het grootste verschil te zien geven. Er zal wel rekening gehouden worden met de sociale voordelen die de betrokkenen ook krijgen.

Een groot aantal uitkeringen in België valt net onder die Europese armoedegrens, een beperkt aantal uitkeringen ligt er ver onder. Diepe armoede is daarop vrij zeldzaam in België.

De jaarlijkse welvaartenveloppe voor de verhoging van de lage uitkeringen wordt voortaan weer voor de volle 100 procent gebruikt, zo belooft de nieuwe coalitie, en niet meer verminderd tot 60 procent zoals gebeurde in de vorige regeerperiode.