BIOGRAFIE. Charles Michel wordt jongste premier uit Belgische geschiedenis
Foto: belga
Met zijn 38 jaar wordt Charles Michel, wellicht volgende week, de jongste premier, in die zin van de betekenis toch, uit de Belgische geschiedenis. De opvolger van Elio Di Rupo (PS) wordt de tweede Franstalige liberaal die het tot eerste minister schopt, na Paul-Emile Janson in 1937.

Charles Michel, die op 21 december 1975 het levenslicht zag, kreeg de politiek met de paplepel toegediend. Hij is de oudste zoon van Louis Michel, een van de meest markante figuren uit de geschiedenis van het Franstalig liberalisme, die het schopte tot voorzitter van PRL-FDF, vicepremier en Europees commissaris en die in 1999 mee aan de stuurknuppel zat toen zijn partij, na elf jaar oppositie, in de regering terugkeerde.

18 en al provincieraadslid

Charles Michel haalde zijn licentiaat in de rechten aan de ULB en de Universiteit van Amsterdam. Hij wachtte evenwel het einde van zijn studies niet af om zijn eerste stappen in de politiek te zetten. In 1994 - hij was toen amper achttien jaar - raakte Michel verkozen tot provincieraadslid in Waals-Brabant.

Vijf jaar later maakte hij als jongste lid van het halfrond zijn entrée in de Kamer. Michel zetelde in de dioxinecrisis - waar hij de macht van de Boerenbond aan de kaak stelde - en diende een wetsvoorstel in om het beschimpen van de Belgische vlag en het Belgisch volkslied strafbaar te stellen.

Zijn loopbaan kende een steile vlucht toen partijvoorzitter Daniel Ducarme hem in oktober 2000 naar Namen stuurde om er Jean-Marie Sévérin op te volgen als minister van Binnenlands Bestuur en Ambtenarenzaken in de Waalse regering. Hij lag er geregeld op ramkoers met de PS van minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe, bijvoorbeeld toen hij het landschap van de Waalse intercommunales wilde rationaliseren, het gemeentedecreet wilde herschrijven over de verkiezing van de burgemeester of het gemeentefonds wilde hervormen.

Partijwoordvoerder

In 2004 ging er een schokgolf door de liberale rangen toen ze door de PS opzij werden geschoven in het Waals en Brussels gewest en de Franse gemeenschap. De PS ging in zee met het cdH en de MR kwam opnieuw in de oppositie terecht. Verschillende theorieën doen de ronde over wat aan de basis van die beslissing lag. In één ervan staat de houding van Michel in de Waalse regering centraal.

Louis Michel koos daarop eieren voor zijn geld en zette de stap naar de Europese Commissie. Hier en daar werd geopperd dat “Big Loulou” daarmee zijn zoon binnen de MR in het zadel wilde helpen. De aankondiging dat Serge Kubla eveneens een gooi wilde doen naar het voorzitterschap, gooide echter roet in het eten. Meteen lag de weg open voor Didier Reynders om als enige kandidaat naar voren te treden en tegelijkertijd vicepremier en partijvoorzitter te worden. Charles Michel werd aangeduid als partijwoordvoerder.

In 2006 volgde Michel in zijn thuisbasis Waver Charles Aubecq op als burgemeester. Een jaar later verhuisde hij naar de regering Verhofstadt III om er bevoegd te worden voor Ontwikkelingssamenwerking, een portefeuille die hij de daaropvolgende regeringen zou houden.

Bitse strijd met Reynders

De tegenvallende verkiezingen in 2009 en het verlengd verblijf op de oppositiebanken in de deelentiteiten veroorzaakten gemor binnen de liberale troepen. Een jaar later, na de overwinning van de PS bij de federale verkiezingen, bereikte het intern gekrakeel een hoogtepunt. Charles Michel verzamelde rond hem een toenemende groep parlementairen die een einde wilden maken aan de cumul van Reynders als voorzitter en vicepremier.

Wat volgde was een bitse strijd. Uiteindelijk bond Reynders in en verliet hij zijn kantoor aan de Guldenvlieslaan. Maar niet zonder eerst een kompaan - Kamerfractieleider Daniel Bacquelaine - de ring in te sturen tegen Michel. Die laatste trok bij de voorzittersverkiezingen van januari 2011 uiteindelijk aan het langste eind, al bleek het verschil met Bacquelaine (55-45) minder groot dan verwacht.

Rond die tijd kwamen de liberalen opnieuw in beeld bij de federale regeringsonderhandelingen, de langste uit de geschiedenis. Ze smeedden mee het Vlinderakkoord over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, de staatshervorming en de financieringswet. Maar voor die zesde staatshervorming betaalden de liberalen een hoge prijs. Het kartel met het FDF van Olivier Maingain, dat het BHV-akkoord niet kon slikken, lag daardoor in september 2011 aan diggelen.

Relatie met PS onderkoeld

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 maakten de Franstalige liberalen een goede beurt. De MR rijfde het grootste aantal burgemeesters binnen aan Franstalige kant. Terwijl sommige waarnemers een toenadering tussen MR en PS voorspelden met het oog op de moeder aller verkiezingen van mei 2014, raakten de relaties net fel onderkoeld, zelfs regelrecht vijandig.

Drie weken na de verkiezingen was de breuk compleet. De MR, die de alliantie met het FDF had opgeofferd en Elio Di Rupo de kans had gegeven premier te worden, kreeg immers te horen dat ze in Wallonië, Brussel en de Franse gemeenschap opnieuw naar de oppositie werd verbannen. De PS koos de vlucht vooruit en ging in zee met het cdH, in Brussel ironisch genoeg aangevuld met het FDF.

Het deed bij de MR de geesten rijpen om federaal, na het non van het cdH tegen een coalitie met de N-VA, als enige Franstalige partij in zee te gaan met drie Vlaamse partijen voor de vorming van een kamikazeregering, Zweedse coalitie of gewoon centrumrechtse ploeg. Op 22 juli stuurde koning Filip MR-voorzitter Michel samen met Kris Peeters in zee om een federale regering te smeden.

Aanvankelijk ging iedereen er van uit dat Peeters premier zou worden. De verrassing was compleet toen CD&V plots al haar eieren in het mandje van Marianne Thyssen legde voor de job van Europees commissaris en daardoor Peeters de sleutel van de Wetstraat 16 door zijn handen zag glippen. Daardoor kwam het premierschap bij de liberale familie, en uiteindelijk Charles Michel, terecht.

Die wordt overal de 'jongste premier' van België ooit genoemd. Dat klopt en dat klopt ook niet. Want het begrip 'premier' of 'eerste minister' zoals wij het kennen, bestaat eigenlijk pas sinds de eerste wereldoorlog. Daarvoor was de koning de voorzitter van de ministerraad. Er was wel zoiets als een 'kabinetsleider'. En twee van hen werden in de jaren 1830 nog jonger kabinetsleider dan Michel nu premier wordt.