Met bacteriën en meelwormen de wereld verbeteren
Jonathan Ferooz, biohacker. Foto: FRED DEBROCK
Doe-het-zelfbiologen worden liever 'biohackers' genoemd, zij die priegelen aan het DNA van micro-organismen of aan zichzelf. Hun beweging vertoont opvallende gelijkenissen met de garagecomputercultuur van de jaren 70, die de pc-revolutie in de decennia nadien vorm gaf. Zo’n revolutie hopen ze ook teweeg te brengen.

‘Wetenschap is niet het alleenrecht van universiteiten en bedrijven’, vinden doe-het-zelfbiologen als Ingrid Nijhoff. Professioneel is ze grafisch vormgeefster, in haar vrije tijd kweekt ze bacteriën. ‘Het is spannend en frustrerend. Als je speelt met de natuur, weet je nooit wat je krijgt.’

Zij die planten, dieren en soms mensen willen aanpassen worden biohackers genoemd. De biohackersbeweging ontstond zo’n vijftien jaar geleden in de VS en is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een internationaal fenomeen. En Europa doet gretig mee.

Het prototype van een doe-het-zelfbioloog zit in zijn eentje in zijn garage, badkamer of zolder tussen de pipetten en zelfgemaakte centrifuges. Maar dat is niet hoe de Belgische Jonathan Ferooz het wil aanpakken. De doctor in de microbiologie startte DIYBio Belgium op. Zijn bedoeling: de Belgische biohackers samenbrengen en een gezamenlijk project uitdokteren.

‘Ik kan iedereen in twee weken leren hoe je DNA analyseert of bacteriën een nieuwe functie geeft’, zegt Ferooz. ‘Synthetische biologie is net als koken. Kies of je chocolade- of vanillecake wilt maken – in de biologie: kies het gen dat je wilt – en volg het recept.’

Vaghurt

Zeker niet elke biohacker is op zoek naar toepassingen die direct nut hebben voor de maatschappij: zo werken in het Open Wetlab twee vrouwen aan vaghurt, yoghurt die ze maken uit vaginaal vocht: ‘We hebben nu al gefermenteerde melk met variaties in eetbaarheid, toxiciteit en smaak.’ Toch blijft het vertrekpunt vaak idealistisch.

Winand Slingenbergh experimenteert dan weer met meelwormen. ‘Ze zijn niet erg smakelijk. Ik probeer de smaak te verbeteren. Voedsel hacken is leuk. Eerst wou ik ook krekels doen, maar die maakten te veel lawaai op mijn slaapkamer.’

Ongelukjes

‘De kans bestaat dat er ongelukjes gebeuren’, waarschuwt Ferooz wel. ‘Daarom wil ik een contactpunt maken zodat biohackers van elkaar weten waar ze mee bezig zijn. Dat we mensen die pakweg een radioactieve arm willen of andere bizarre ideeën hebben, kunnen verwittigen over de risico’s. Ik wil vermijden dat biohackers underground gaan.’

Ook Pieter van Boheemen, Nederlands bekendste biohacker, komt terug op het bioterrorisme: ‘Wij zijn net een heel open en transparante beweging. Wie we zijn en wat we doen, is te vinden op het web. Er is net een enorme sociale controle en dat kunnen terroristen missen als kiespijn.’ Is er dan geen gevaar? ‘Het gaat natuurlijk wel een keer gebeuren dat een loner iets kwaadaardigs doet of dat er een ongeluk gebeurt. Een bacterie kweken die mensen ziek maakt, is poepsimpel. Maar dat op grote schaal doen, daar moet je al heel goed je best voor doen.’

Het volledige verhaal leest u nu zaterdag in dS Weekblad.