‘Dit is contractbreuk tegenover de cultuursector’
De Bourla-schouwburg in Antwerpen, waar ook het Toneelhuis huist. (archiefbeeld) Foto: Belga

De cultuursector moet vanaf 2015 vijf procent inleveren. Dat heeft minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) bekendgemaakt. De totale besparing voor cultuur bedraagt 32 miljoen euro. ‘Dit is geen kaasschaaf, maar de beenhouwerij’, reageert koepelorganisatie Oko verontwaardigd.

Cultuurorganisaties uit het Kunstendecreet moeten het zwaarst besparen, tot 7,5%. De musea en de erfgoedinstellingen moeten 4% inleveren. Voor de musea is dat een zware domper. De lang aangekondigde inhaaloperatie werd vorig jaar niet gehaald, nu komt er nog een korting bij.

Bij de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap, zoals deSingel en de Opera Vlaanderen, gaat er 2% af, zelfs al werden zij in het regeerakkoord naar voren geschoven als de organisaties die men wou gaan versterken.

Bij de andere sectoren moeten zowel het sociaal cultureel werk als het lokaal cultuurbeleid elk vijf procent inleveren. Het lokaal jeugdwerk verliest tien procent. De totale besparing voor cultuur bedraagt 32 miljoen euro.

‘De kaasschaaf voorbij’

Het sterkst getroffen zijn de organisaties die in het Kunstendecreet zijn opgenomen, hoewel die subsidies vorig jaar vastgelegd zijn en tot 2016 lopen. De structureel gesubsidieerde theaters, kunstencentra, muziekorganisaties en festivals zullen echter al vanaf 2015 tot 7,5 % moeten inleveren. Dit najaar zal de administratie aan de organisaties meedelen hoeveel hun budgetverlaging precies bedraagt.

In een eerste reactie zegt Paul Corthouts (directeur Oko): ‘De Vlaamse Regering heeft nu een begroting in evenwicht, maar door contractbreuk te plegen tegenover de cultuursector zadelt ze die op met een deficit. De subsidieafspraken zijn gemaakt voor een periode van vier jaar, tot 2016. Dat is een engagement waardoor de sector weet over hoeveel middelen ze kunnen beschikken. Op basis daarvan zijn afspraken gemaakt, die kan men niet zomaar terugdraaien. Zo heftig ingrijpen is de kaasschaaf voorbij, dat is de beenhouwerij. De toekomst vanaf 2016 begint met begrotingen in het rood.’

Luk Van den bosch (zakelijk leider Toneelhuis) zegt dat de cultuursector ‘bouche b’ is en een korting van 7,5 % niet had verwacht. ‘Deze beslissing brengt de begroting van veel cultuurhuizen aan het wankelen. Veel kleine organisaties waren al ondergefinancierd, daar kunnen ongelukken gebeuren. Bij de grote huizen liggen de programma’s al vast, op die samenwerkingen en contracten kan men niet zomaar terugkomen. De Vlaamse Regering blijft de kunstenaars met internationale uitstraling maar bewieroken. Het is niet te begrijpen dat ze er dan zo in hakt.’

Sociale keuzes

De cultuursector vreest dat het voortbestaan van sommige kunstenorganisaties in het gedrang komt. Heel wat organisaties hebben het water al aan de lippen en vooral kleinere huizen gaan het daardoor moeilijk krijgen. De meeste hebben hun programma’s voor de komende seizoenen al vastgelegd en daar contracten voor afgesloten.

Oko vreest dat diverse cultuurhuizen noodgedwongen in de rode cijfers zullen duiken, en dat de artistieke instroom onder druk komt te staan. Omdat de loonkost van de organisaties hoger ligt dan de subsidies, valt te voorspellen dat er in de tewerkstelling gesnoeid zal worden.

In het parlement benadrukt minister Sven Gatz dat ook voor cultuur de keuzes vanuit sociaal oogpunt genomen zijn. Zo wordt er voor jeugd en moeilijke kansengroepen minder bespaard. In de ondersteunende diensten, zoals de steunpunten, wordt het meest bespaard: tot 20 procent.

Gatz wijst er op dat de regering ook investeert. Zo komen er vanaf 2015 voor 40 miljoen euro investeringen in culturele infrastructuur.