Crevits: ‘Inschrijvingsgeld blijft onder 1.000 euro’
Foto: fvv

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) zegt dat er in de discussie over de stijging van het inschrijvingsgeld geen concrete bedragen genoemd zijn bij de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR). 'Ook niet tot 1.100 euro, hadden ze mij dat voorgesteld, ik zou niet akkoord gegaan zijn', klonk het tijdens een speech bij de opening van het academiejaar aan de Gentse Universiteit.

De onderwijsminister wees op de gemiddelde financiering van 31 procent private middelen in het hoger onderwijs in de OESO-landen, terwijl dat voor Vlaanderen 10 procent is. 'Het publieke aandeel is zeer hoog, we moeten het debat over de bijdrage en het inschrijvingsgeld voeren', zei Crevits. 'Niet op een populistische manier, ik heb gevraagd om daarover samen te zitten, de VLUHR heeft mij geen concreet bedrag genoemd. Ook niet tot 1.100 euro, hadden ze mij dat voorgesteld, ik zou niet akkoord gegaan zijn.'

De minister maakte zich sterk dat het inschrijvingsgeld onder de 1.000 euro zou blijven. Ze verwees ook naar Wallonië, waar het inschrijvingsgeld rond de 880 euro ligt. Vandaag betalen Vlaamse studenten gemiddeld 620 euro.

Twee principes zijn voor Crevits cruciaal. 'Het is belangrijk dat het inschrijvingsgeld over alle instellingen heen gelijk blijft, we moeten een concurrentieslag vermijden', aldus Crevits. 'Ten tweede moeten sociale correcties voor beurs- en bijna-beursstudenten blijven bestaan.' De minister zei dat ze met de VLUHR en de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) het debat 'met bijzonder veel ernst' voert. 'Ik heb nog niet gecommuniceerd en ik heb ook veel geluisterd.'

De minister herhaalde voorts haar pleidooi voor een rationalisering van het opleidingsaanbod en hoorde graag de roep tot meer samenwerking tussen de instellingen. 'We moeten niet blind besparen', klonk het.

Over de democratisering van het onderwijs zei Crevits dat het verlagen van drempels reeds in de kleuterklas begint. 'Een groot aantal jonge mensen spelen we kwijt in een vroeg stadium, een goede schoolloopbaan in het secundair onderwijs en een aanvangsdiagnostiek in het hoger onderwijs zijn cruciaal.' Het creëren van gelijke kansen zou een kerntaak van elke onderwijsverstrekker moeten zijn, zei ze nog.

De minister zei dat er niet alleen bespaard wordt, maar ook geïnvesteerd in onderzoek in innovatie. 'We willen dat ook in budgettair moeilijke tijden blijven doen', verwijzende naar de stijging van middelen met 500 miljoen euro tegen eind van de legislatuur.