‘Onthoofde journalist werd verkocht aan IS’

‘De Amerikaanse overheid heeft de onthoofde journalist Steven Sotloff in de steek gelaten.’ Dat zegt Barak Barfi, een goede vriend en woordvoerder van de familie, die ook te weten gekomen is dat Sotloff door rebellen voor een grote som geld verkocht werd aan IS.

Een week nadat terreurgroep IS de beelden van de onthoofding van de Amerikaanse journalist Steven Sotloff heeft vrijgegeven, is de woordvoerder van zijn familie één en ander uit de doeken komen doen bij CNN-presentator Anderson Cooper. Barak Barfi, naast woordvoerder van de familie ook een goede vriend van Sotloff, vond het welletjes geweest.

Verkocht

Barfi wilde met het grote publiek delen wat ze intussen weten over de moord op Sotloff. Zo vernamen ze dat de Amerikaanse journalist een paar maanden voor de onthoofding verkocht werd aan IS door rebellen. ‘Zijn naam kwam voor in een document over een bomaanslag op een ziekenhuis. Hij had daar niets mee te maken, maar activisten verspreidden zijn naam.’

De rebellen spraken aan de Syrische grens af met de terroristen van IS en verkochten de journalist aan hen. ‘Ze hebben daarvoor tussen de 25.000 en 50.000 dollar betaald’, zegt Barfi, die beweert alle informatie te hebben uit goede bron.

Witte Huis

Als één ding heel duidelijk wordt uit het betoog van Barfi, is het wel dat hij niet tevreden is met het optreden van de Amerikaanse overheid. ‘Vanuit het Witte Huis wordt altijd beweerd dat ze de families van gijzelaars voortdurend op de hoogte houden als ze iets nieuws vernemen’, zegt Barfi. ‘Maar ik kan duidelijk zijn: bij de familie Sotloff was dat allerminst het geval. We wisten van niets via de overheid. Ze beweren ook altijd dat de gijzelaars geregeld verplaatst werden, maar we weten zeker dat ze in het begin maanden op dezelfde plaats hebben gezeten.’

Pionnen, noemt Barfi de onthoofde journalisten James Foley en Steven Sotloff. ‘Pionnen in een machtsstrijd binnen de regering-Obama. Het is niet eerlijk dat zij daar het slachtoffer van zijn geworden.’