Tax shift kan win-winsituatie opleveren
De CD&V-onderhandelaars De Crem, Geens en Beke kunnen vandaag met de voorstellen van de Hoge Raad aan de slag. Foto: BELGA

De Hoge Raad van Financiën legt verschillende sporen op de tafel van de formatie om de lasten op arbeid te verlagen en de fiscaliteit te hervormen. Een wonderoplossing is er niet bij, zo staat in de ochtendeditie van De Standaard.

Een verlaging van de lasten op arbeid is een van de topprioriteiten voor de toekomstige regering. Tegen het einde van de regeerperiode wil ze de loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden hebben weggewerkt. Maar de mogelijkheden om dat te doen zijn niet onuitputtelijk. De Hoge Raad van Financiën legt nu drie sporen op tafel om de lasten te verlagen en tegelijkertijd de fiscaliteit te hervormen. Dat gebeurt op eigen initiatief, maar de voorgestelde oplossingen komen hier en daar overeen met wat aan de formatietafel wordt besproken.

Verschuiven naar consumptie

Een verschuiving van de sociale lasten en belastingen naar de btw, een zogenaamde tax shift, kan volgens de Hoge Raad een win-winsituatie opleveren. De raad ziet drie mogelijkheden.

De eerste is een btw-verhoging waarmee de werkgeversbijdragen verlaagd kunnen worden, maar de raad waarschuwt dat de gevolgen niet overdreven positief ingeschat mogen worden.

De tweede komt neer op het schrappen van de verlaagde tarieven van 6 en 12 procent. Daarmee kunnen de inkomstenbelastingen worden verlaagd. De lagere tarieven worden weliswaar gehanteerd voor levensnoodzakelijke goederen, toch is het herverdelend effect daarvan gering, schrijft de Hoge Raad. De prijsverschillen met het buitenland worden daardoor net groter en bovendien is er een effect op de inflatie.

De derde optie is een belasting op elektriciteit en gas van 600 miljoen euro, waarmee eveneens de inkomstenbelastingen worden verlaagd. Maar de omvang van zo’n operatie is beperkter.

Interesten en meerwaarden gelijk belasten

Een uniforme belasting op allerhande soorten spaaropbrengsten, inkomsten en meerwaarden, biedt de ruimste marge om de belastingdruk op arbeid te verlagen, schrijft de Hoge Raad van Financiën. Een hervorming waarbij er ook op meerwaarden uit aandelen een belasting wordt geheven, kan bijna vier miljard euro opbrengen. Technisch is die hervorming ook niet zo moeilijk uit te voeren. De raad stelt voor om de grondslag van de inkomstenbelastingen te verbreden met de spaarinkomsten en meerwaarden.

Lagere inkomstenbelasting

De Hoge Raad van Financiën tekent twee scenario’s uit om de progressiviteit van de belastingen aan te passen. Dat kan door de belastingvrije som te verhogen tot het leefloon en door de benedengrens voor het belastingtarief van 40 procent te verschuiven.

De gevolgen zijn niet voor alle bevolkingsgroepen dezelfde. Een hogere belastingvrije som is het meest voordelig voor het kwart van de Belgen met het laagste inkomen. Een lager belastingtarief komt vooral het kwart Belgen dat daar qua inkomen net boven zit ten goede.

Een andere mogelijkheid bestaat uit het verhogen van de forfaitaire beroepskosten. De Hoge Raad werkte een voorstel uit om daarmee werknemers een bijkomend voordeel te geven. In vergelijking met de twee andere voorstellen genieten in dit voorstel minder werknemers een hoger voordeel.

Vennootschapsbelasting hervormen

Om de lasten op arbeid te verlichten is de vennootschapsbelasting geen goed instrument, maar er kan wel aan worden gesleuteld. Het is mogelijk om het nominaal tarief (vandaag 33 procent) te verlagen zonder dat dit geld kost, door de belastinggrondslag te verbreden. De Hoge Raad stelt voor een reeks vrijstellingen af te schaffen, net als de investeringsreserve en de verminderde tarieven voor vennootschappen met een specifiek doel. Ook intercommunales moeten vennootschapsbelasting betalen. Wel wordt de investeringsaftrek behouden.