Gaza’s bloedigste dag
Reddingswerkers dragen een lichaam weg in Shejaiya. Foto: afp

Na een hele nacht en ochtend van zware Israëlische bombardementen – minstens zestig doden, vele honderden gewonden – had er deze namiddag een ‘humanitair bestand’ van twee uur moeten gelden. Ik was nauwelijks een half uurtje aan het rondlopen in de ruïnes van Shejaiya, de zwaarst getroffen wijk, toen er vlakbij twee Israëlische bommen insloegen. Bestanden zijn goedkoop in Gaza, bloed ook.

Van onze redacteur in Gaza Jorn De Cock

 

De ochtend begon met, alweer, Israëlische bombardementen in het centrum van Gaza en dan vooral in Shejaiya, aan de oostelijke rand van Gaza-stad. Toen kwamen de eerste berichten dat in Shejaiya meer aan de hand was dan de ‘gewone’ zware bombardementen van de laatste dagen. Tientallen gewonden begonnen het Shifa-ziekenhuis in het centrum van Gaza-stad binnen te stromen, gevolgd door honderden vluchtelingen die probeerden een veilige plek te vinden rondom het ziekenhuis.

Meisje met bruine krulletjes

‘Massale bombardementen door F-16s’, zei een man die zijn gewonde dochter op de arm droeg. De eerste patiënt die ik zag binnen in het hospitaal was een klein meisje met bruine krulletjes dat fel trilde van de shock. Ze had wonden aan haar linkerbeen en volgens een dokter zat er mogelijk ook nog een stuk metaal in haar bovenrug. ‘Ze heet Nawal’, zei haar tante die haar probeerde te kalmeren (zie foto, credit jdc).

De tante kon zelf weinig meer doen dan Nawals hoofdje vast te houden, want de tante had net gezien hoe Nawals zesjarige zusje, Thalia, in het hospitaal was overleden aan haar zware verwondingen. Thalia werd op dat moment in een wit lijkdoekje naar buiten gebracht. De vader en moeder van Nawal en Thalia liggen zelf ook gewond ergens in het ziekenhuis.

De gewonden bleven intussen toestromen, de vluchtelingen ook, urenlang: de bombardementen gingen duidelijk nog altijd door in Shejaiya. Aankomende vluchtelingen vertelden hoe ze hadden gewacht tot er een pauze leek in de bombardementen om dan halsoverkop hun huizen uit te vluchten, biddend dat er inderdaad een pauze was. In de straten lagen tientallen lijken, vertelden ze.

Even na de middag kwam dan het bericht dat er een ‘humanitair bestand’ van twee uur zou gelden voor Shejawiya, zodat de lijken, gewonden en resterende burgers zouden kunnen worden weggebracht.

Ruïnes 

Aangekomen in de wijk, die ik vrijdag nog had bezocht, tref ik er een hoofdstraat aan die nu compleet in ruïnes ligt. Elk huis is geraakt, vele tientallen op een rij, allemaal met grote gaten en weggerukte ramen. Ook de zijstraten liggen allemaal in puin. Enkele huizen staan nog altijd te branden.

In de straat staat een doorzeefde ziekenwagen – ambulanciers van het Shifa-hospitaal hadden al gezegd dat ze ‘s ochtends waren beschoten toen ze gewonden probeerden weg te halen. Nu rijden ziekenwagens af en aan met gewonden en lijken. Brandweerwagens proberen de branden te blussen. Enkele wijkbewoners komen beduusd aanwandelen. ‘We zijn veranderd in Syrië’, stamelt Nadal, een jongen van 24.

En dan weerklinkt plots het ijle gezoef van een Israëlische bom. Een halve seconde, lang genoeg om me ergens tegen een muur te drukken, dan een droge ontploffing. Er dwarrelt gruis neer van de omliggende gebouwen. Enkele seconden later volgt het tweede gezoef, en nog een knal. Het bestand zou op dat moment nog drie kwartier moeten gelden.

Alles valt in elkaar in Gaza. De bestanden, de huizen, de mensen, de kinderen. En de nacht moet nog komen.