Jongens bevoordeeld bij toelatingsexamen voor arts
Foto: Lisa Van Damme

Het toelatingsexamen geneeskunde benadeelt meisjes en kandidaten met een andere thuistaal, concluderen VUB-onderzoekers. De voorzitter van de examencommissie ziet het probleem en overweegt het examen aan te passen.

In de eerste zittijd van dit jaar slaagde slechts 10 procent van de deelnemers voor het toelatingsexamen tot de studie van arts of tandarts. De slaagkansen liggen dan ook extreem laag. Sociologen Bram Spruyt en Lilith Roggemans (VUB, onderzoeksgroep TOR) onderzochten wie wel en wie niet slaagt en kwamen tot de conclusie dat behalve de vooropleiding ook veel andere zaken meespelen.

Meisjes hebben de helft minder kans op slagen dan jongens. Wie thuis geen Nederlands spreekt, heeft een nog lagere slaagkans. Ook de sociale verschillen spelen een belangrijke rol. Bovendien concluderen de onderzoekers dat het examen hoe dan ook extreem moeilijk is en dat veel meer kennis wordt verwacht dan wat je in het middelbaar studeert.

‘Ik geef toe dat het examen een hoog niveau vraagt’, zegt Bernard Himpens, voorzitter van het toelatingsexamen geneeskunde, ‘maar de vragen stemmen wel overeen met het leerplan. De slaagcijfers liggen ook zo laag omdat iedereen kan deelnemen aan het examen. Aan het allereerste toelatingsexamen deden in totaal 900 jongeren mee, 445 slaagden. Nu doen er 5.000 mee, en bij de eerste zittijd waren er al 556 geslaagd.’

Himpens geeft wel toe dat de vorm van het examen meer geschreven is voor jongens dan voor meisjes. Jongens gokken immers sneller. Meisjes zijn bij twijfel eerder geneigd om de vraag dan open te laten. De voorzitter van het toelatingsexamen erkent de problematiek en toont zich bereid om binnen het decreet het examen bij te sturen.