De voetbalverbondenheid van de voorbije weken was misschien mooi, zegt Tom Naegels, maar zal van korte duur blijken. Zo’n fenomeen lost de verdeeldheid in een samen- leving niet op, ze negeert die.

Wat verwachten mensen veel bindkracht van die Rode Duivels. Alle grote breuklijnen die onze samenleving doorkruisen, werden door hen blijkbaar opgeheven: allochtoon en autochtoon, Vlaming en Waal, allemaal stonden we samen voor de grote schermen en voelden we ons verbonden met elkaar. Laten we die gouden kans grijpen om dat momentum vast te houden en weer samen te leven, zo schreven verschillende mensen op deze opiniepagina’s en elders.

Nu kan ik beamen dat het succes van onze jongens ook bij mij enkele diepgewortelde vooroordelen tijdelijk heeft opgeschort. Dat tegen voetballiefhebbers, om er maar één te noemen. Niet elke breuklijn hoeft zo canoniek te zijn als die tussen religies, culturen of talen. Míjn zelfbeeld wordt onder meer bepaald door de overtuiging dat ik anders ben – tot een andere cultuur behoor – dan de archetypische supporter, omdat die in mijn idee leeghoofdig is en luid, op primitieve wijze tot een clan wil behoren, en maar een duwtje nodig heeft om zijn afkeer van zwakkelingen als ikzelf te doen omslaan in fysieke agressie. Maar kijk: even was dat vooroordeel weg. Even waren de supporters van de nationale ploeg ook Belgen, net zoals ik.

Ik verwacht niet dat dit lang zal duren. Voetbalverbondenheid verdwijnt vlug. En kan zeker geen ‘verdeelde samenleving’ helen. Dat is een sentimentele illusie die gebaseerd is op een verkeerd begrip van wat verbondenheid betekent. Sterker: het hele verlangen naar samenhorigheid, die nadrukkelijk uitgesproken hoop dat we vanaf nu tot het eind van onze dagen samen pintjes zullen drinken op een zonovergoten marktplein met een Fellaini-pruik op onze bol, is net een symptoom van een hypochondrische samenleving, chronisch op zoek naar een medicijn.

Verschillen zijn er nu eenmaal

Verdeeldheid accepteren is niet in tegenspraak met een volwassen gemeenschapsgevoel. Het is er net een onderdeel van. We zijn nu eenmaal heel verschillend van elkaar. Flaminganten verschillen wellicht even sterk van niet-flaminganten als moslims van niet-moslims. Vlamingen in armoede hebben zeer weinig gemeenschappelijk met Vlamingen uit de middenklasse. Kinderen van de migratie doorlopen een heel ander parcours in het leven, en stapelen heel andere ervaringen op dan autochtonen. Natuurlijk roepen die verschillen, die bij momenten onoverbrugbaar lijken, ergernis op, frustratie, twijfel en verontwaardiging, net zo vaak als plezier, verrassing, trots, en het genot van intellectuele verrijking. Dat zijn allemaal emoties die horen bij het échte tous ensemble. Actief betrokken zijn bij een samenleving betekent dat je tegelijk naar harmonie streeft (wat wil zeggen dat je de verschillen met je buren en collega’s niet op de spits drijft, je samen focust op een gemeenschappelijk doel) én dat je verandering wil (wat net het tegendeel impliceert). De spanningen die dat oplevert zijn geen bewijs van een mislukte, verbrokkelde, verdeelde maatschappij die moet worden overstegen in een bubbel van vrijblijvende verbondenheid. Het is gewoon wat samenleven is.

Collectief ritueel geeft zuurstof

Voetbalverbondenheid daarentegen doet alsof die verschillen er ook niet zouden kunnen zijn, dat ze een resultaat zijn van slecht management, of de verkeerde instelling. Hanan Challouki vatte het hier prima, zij het wat cynisch samen: ‘Het interesseerde niemand dat ik studeer aan de universiteit, dat ik werk voor een doctoraatsassistente, dat ik actief ben als vrijwilliger of dat ik al heel mijn leven in Antwerpen woon. Ik supporter voor de Rode Duivels, dus ik ben een goede Belg’ (DS 7 juli). Precies: voetbalverbondenheid ontstaat door alle individualiteit van je medeburgers uit te gommen, en de aandacht te verleggen naar iets van wat maatschappelijk van geen tel is en waar niemand verantwoordelijkheid voor draagt: een spel. Het is de verbondenheid van een publiek op een muziekfestival: tous ensemble houden we van dezelfde band, en verder hebben we geen benul wie er naast ons staat. Voetbalverbondenheid lost onze verdeeldheid niet op – ze negeert ze. Het is een stap uit de samenleving, niet de start van een nieuwe.

Hebben collectieve rites dan geen nut? Natuurlijk wel. Ze zijn een zuurstoftent. Mensen kunnen er een poosje uit de dagelijkse botsing van waarden en visies stappen, en zich de gelijke voelen van hun gelijken, burger van een eenvoudigere, meer homogene samenleving. Soms binden ze een grote groep, zoals de kwartfinale van een wereldbeker. Soms een kleinere, zoals het Ringland-festival, de IJzerwake of de ramadan. Iedereen heeft een kamer voor zichzelf nodig.

Zolang je maar niet gaat verwachten dat de hele wereld op die kamer gaat lijken. Want dan zaai je de zaden van een permanente teleurstelling. En uiteindelijk zal díe aan de fundamenten van het samenleven vreten.