Waarom maarschalk Foch een plein in Leuven kreeg (en het hem nadien weer afgepakt werd)<br><i>DE HOOFDROLSPELERS</i>
De Franse maarschalk Ferdinand Foch was aan het eind van de oorlog opperbevelhebber van de geallieerde troepen aan het westelijk front. Foto: rr
'Foch is een massamoordenaar', zei de Leuvense burgemeester Louis Tobback tijdens een gemeenteraad in 2006. Hij eiste dat het Maarschalk Fochplein in Leuven een andere naam kreeg. Tobback kreeg na een paar jaar aandringen zijn zin. 'Niemand kan ontkennen dat Ferdinand Foch honderdduizenden mannen als kanonnenvlees uit de loopgraven heeft gejaagd.'

Wie vandaag in Leuven rondloopt, kan nog tal van sporen van de Eerste Wereldoorlog terugvinden. Veel straatnamen verwijzen bijvoorbeeld naar de Groote Oorlog. Denk maar aan de 'Bondgenotenlaan' (vroeger de 'Statiestraat'), ter ere van de geallieerden, of het 'Martelarenplein' aan het station waar tientallen Leuvense burgers door de Duitsers werden terechtgesteld. Ook de latere Amerikaanse president Herbert Hoover, die vanuit de Verenigde Staten mee de voedselbevoorrading voor het bezette België organiseerde, heeft zijn eigen plein gekregen.

De Leuvense geschiedenis blijft dan ook voor altijd verbonden met de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers gingen er in 1914 zo driest tekeer dat ze de halve stad in brand staken. Dat deden ze uit wraak omdat hun leger door sluipschutters ('franc-tireurs') zouden beschoten zijn. Daarvoor moest de stad en haar burgerbevolking boeten. Het in de vlammen opgaan van de oude universiteitsbibliotheek aan de Naamsestraat zorgde internationaal voor een schokgolf. Waren de Hunnen nu echt terug?

Vier jaar later: de stad likt zijn wonden en het centrum wordt heropgebouwd. Maar niet alle beschadigde huizen worden gereconstrueerd. Aan het einde van de Bondgenotenlaan, tegenaan de Sint-Pieterskerk, moeten de ruïnes plaats ruimen voor een nieuw plein. Dat krijgt de naam van de opperbevelhebber van de geallieerde troepen: maarschalk Foch.

WIE WAS FOCH?

Dat Ferdinand Foch het tot allerhoogste chef van het leger zou schoppen, had hij zelf waarschijnlijk nooit verhoopt. Foch leek niet bestemd voor het veldwerk in het Franse leger. Hoewel hij gestaag opklom binnen de militaire hiërarchie bouwde hij in de eerste plaats een carrière uit als docent oorlogskunde. Later werd hij directeur aan de Ecole de Guerre in Parijs. Maar toen de oorlog in 1914 uitbrak had de inmiddels 63-jarige Foch de rang van generaal en trok hij mee naar het front. Met zijn troepen slaagde hij erin om de opmars van het Duitse leger aan de Marne tegen te houden. De weg naar Parijs - en een snelle Duitse overwinning - was daarmee geblokkeerd. 

Foch was een scherp strateeg maar zijn succes bleef niet duren. In 1916 werd hij mee verantwoordelijk gehouden voor de faliekante afloop van de slag aan de Somme, waarbij de Britten de Duitse linies wilden doorbreken. De Fransen moesten in de strijd mee helpen duwen, maar ver geraakten ze niet. De Slag aan de Somme werd een bloedbad en Foch werd weggestuurd naar het Italiaans front.

Niettemin maakte hij aan het eind van de oorlog een opvallende comeback. Hij werd benoemd tot het hoofd van de geallieerde strijdmacht aan het westelijk front en hij was het die over de overgave van de Duitsers mocht beslissen in het Franse Compiègne. Foch was onvermurwbaar en wilde geen enkele toegeving doen. De Duitsers moesten zich onvoorwaardelijk overgeven.

OMSTREDEN

In 1918 was Foch een oorlogsheld en zijn status leek onaantastbaar. Overal in België, Frankrijk en ver daarbuiten werden straten en pleinen naar hem genoemd. Hoe komt het dan dat zijn reputatie keerde en hij vandaag zo omstreden geworden is?

In de eerste jaren na de oorlog werden de bevelhebbers op handen gedragen. Na vier jaar uitputtende strijd hadden ze eindelijk Duitsland verslagen. Het vele bloed van jonge soldaten was dankzij hen niet vergeefs vergoten, want de eer en de de glorie van het vaderland waren gered. De vele oorlogsmonumenten uit die jaren die je nog steeds overal terugvindt, getuigen van die officiële visie. 

Maar er waren ook andere geluiden. Denk maar aan de War Poets die de glorie van het slagveld al tijdens de oorlog doorprikten of boeken als Le Feu van Henri Barbusse en Im Westen nicht Neues van de Duitser Erich Maria Remarque, die vragen stelden bij de zucht van de generaals naar telkens weer nieuwe veldslagen die een doorbraak moesten forceren. Of films als La grande illusion (Jean Renoir) en Paths of Glory (Stanley Kubrick) die deze aanklacht onderschreven. 

De perceptie begon te keren en bij velen ontstond de visie dat de legerleiding tijdens WO1 incompetent, hardvochtig en ongevoelig was voor het lot van de gewone soldaat. Sommigen gingen zelfs zo ver de legerleiding als oorlogsmisdadigers te bestempelen. 

In dat kader valt ook de missie van burgemeester Louis Tobback om komaf te maken met het Maarschalk Fochplein te begrijpen. 'Niemand kan ontkennen dat Ferdinand Foch honderdduizenden mannen als kanonnenvlees uit de loopgraven heeft gejaagd. Ter meerdere eer van Foch', klonk het in 2009. ' Voor zulke mensen heb ik geen greintje waardering', aldus Tobback.

'Foch heeft volgens de burgemeester te veel bloed aan de handen. Vandaag wordt de Eerste Wereldoorlog niet meer in de eerste plaats geassocieerd met soldatenheroïek en nationale glorie, maar wel met waanzin, met de herinnering aan de talloos vele soldaten die een zinloze dood stierven in bloedige massaoffensieven zonder veel militair nut. De generaals die daartoe beslisten, verdienen niet langer de waardering die ze krijgen via naar hen genoemde straten of pleinen, vindt Tobback.' (Marc Reynebeau in De Standaard van 19 februari 2009)

En Tobback hield zijn been stijf tot de Leuvense gemeenteraad uiteindelijk overstag ging. Maarschalk Foch werd naar de prullenmand van de geschiedenis verwezen en in maart 2012 kreeg het plein een nieuwe naam: het Pieter De Somerplein. Genoemd naar de eerste rector van de gesplitste en Nederlandstalige KU Leuven. 

Een man zonder bloed aan zijn handen.

 

 

Bronnen: