Japanse kruiskwal duikt op in Oostende
De spuikom wordt intensief gebruikt voor waterrecreatie. Foto: Rudi De Latter

In de Spuikom in Oostende hebben wetenschappers van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) enkele exemplaren van de uitheemse en netelende Japanse kruiskwal ontdekt. Recreanten worden aangeraden voorzichtig te zijn, want de kleine kwallensoort kan na aanraking lichte tot ernstige ziektesymptomen opleveren.

Tijdens staalnames voor een onderzoek naar de Amerikaanse ribkwal, een andere uitheemse niet-netelende kwallensoort, werden volwassen kruiskwallen gevonden. ‘In dat stadium kan het dier zich geslachtelijk voortplanten’, zegt experte Lies Vansteenbrugge van het ILVO. ‘Bevruchte eitjes vestigen zich na twee weken op substraat en vormen een poliep. De poliepen, die zich ook ongeslachtelijk kunnen voortplanten, zijn jaarrond aanwezig en kunnen in gunstige omstandigheden terug kwallen vormen.’

Hoeveel Japanse kruiskwallen er in de spuikom zitten, en hoe ze er zijn gekomen, is niet duidelijk. Wellicht zaten de kwallen in ballastwater uit schepen. Het ILVO waarschuwt dat mensen die gevoelig zijn voor kwallenbeten na aanraking pijn kunnen krijgen op de plaats van het contact. Ook spierpijn, een loopneus, tranende ogen, een prikkelhoest en heesheid zijn mogelijke symptomen. Bij mensen die overgevoelig zijn voor het gif van de kruiskwal kunnen de reacties heftiger zijn.

De Japanse kruiskwal meet tussen 2 en 4 centimeter en dankt zijn naam aan de vier donkergekleurde kanalen in kruisvorm op de hoed. Het kwalletje komt vooral voor in brak water en hecht zich met talrijke tentakels aan zeewieren.

Japanse kruiskwallen komen oorspronkelijk voor langs de westkusten van de Stille Oceaan, maar werden ook al gesignaleerd langs de west- en oostkust van Noord-Amerika en op enkele plaatsen in Europa.