Journalisten geloven niet echt in diversiteit
Tom Naegels

Het verloop op een krantenredactie is niet erg groot. Dat daar niet in één, twee, drie veel vreemde namen opduiken, hoeft niet te verbazen, vindt Tom Naegels. Maar dat dat ook geldt voor bronnen en experts op wie een beroep wordt gedaan, daar heeft hij veel minder begrip voor.

Inzake diversiteit in het nieuws blijft het huilen met de pet op. Tot die conclusie komt de meest recente Nieuwsmonitor, waarin het Steunpunt Media periodiek de Vlaamse nieuwsmedia analyseert. Al drukt die het diplomatischer uit: onder Vlaamse journalisten ‘blijkt er geen eenduidige visie te zijn over wat diversiteit inhoudt’.

Onderzoekster Hanne Vandenberghe interviewde zestien (anoniem gepresenteerde) redacteuren van De Morgen, De Standaard, Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws over hun opvattingen over ‘diversiteit’. Of zestien genoeg is om representatief te zijn, en waarom er enkel gekozen is voor gerechts- en politieke journalisten is me niet duidelijk, maar wat de collega’s zeggen is voor mij zeer herkenbaar uit eigen gesprekken. (En uit een eerdere bevraging waar ik over schreef, toen van marketeers, personeelsmanagers en hoofdredacteuren: ‘Nog héél lange weg te gaan’, 14 november 2012.)

Nu racisme en diversiteit al een poosje prominent op de nieuwsagenda staan, is het leerzaam om de grote twijfels te zien waarmee onder journalisten over het onderwerp wordt gesproken – het enige wat men zeker weet, is wat men níét wil: niet politiek-correct zijn, geen excuustruzen opvoeren, niet verzwijgen dat een crimineel een allochtone achtergrond heeft... Wat er wél zou kunnen gebeuren, komt eigenlijk bijna niet aan bod. Sowieso blijkt het een individuele keuze van de journalist zelf: zij die het belangrijk vinden, doen er wat aan, de anderen niet.

‘Een meer divers beroepsprofiel van de journalist biedt een mogelijke oplossing’, schrijft de Nieuwsmonitor, en dat klopt natuurlijk, maar het is tegelijk de moeilijkst te bereiken oplossing. Ik werk al een poosje achter de schermen mee aan een project, ondersteund door de hoofdredactie van deze krant, dat ernaar streeft om op termijn meer allochtone journalisten voor De Standaard te laten schrijven. De weg daarnaartoe ligt bezaaid met voetangels en wolfsklemmen.

In de eerste plaats door de structuur van ons kleine segment van de arbeidsmarkt. Sowieso zijn de media geen sector die actief en gericht rekruteert: mensen met ambitie melden zich spontaan, blijven vaak lang in onzekere statuten rondzwerven omdat ze toch maar willen schrijven, en worden als ze geluk hebben uiteindelijk aangeworven. Geen wonder dat die vaak hetzelfde profiel hebben. De antidiscriminatiewet verbiedt ook dat je doelgericht op afkomst rekruteert. Stages zijn aan allerlei belemmerende voorwaarden gebonden. Bovendien is het niet zo dat er op redacties elk jaar tientallen jobs bijkomen, om het zacht uit te drukken. Het aantal aanwervingen is beperkt, terwijl je, om een effect te kunnen voelen in de berichtgeving, toch al een behoorlijk percentage op de werkvloer moet zien. De VRT slaagt er langzaam in om haar personeel diverser te maken, ja – maar de VRT is een overheidsinstelling, die daar decretaal toe verplicht is en die er een ruim budget voor ter beschikking krijgt.

Haalbaarder is het om de journalisten die nu aan de slag zijn, systematisch oog te doen hebben voor diversiteit – bijvoorbeeld in de bronnen die ze aan het woord laten – en dat dus niet te laten afhangen van persoonlijk engagement. Het grootste struikelblok daarvoor, zo blijkt uit de Nieuwsmonitor (niet zo verrassend voor wie de werking van een redactie kent), is de routine waarmee journalisten werken. Een artikel moet snel geschreven worden, dus een bron die men kent en vertrouwt en van wie men weet dat die de media-conventies beheerst (vlot bereikbaar, spreekt heldere mensentaal, schreeuwt achteraf geen moord en brand omdat er wat is ingekort), krijgt de voorkeur boven een onbekende bron, zeker als het enige argument pro is dat die andere bron ‘toevallig een vreemde naam heeft’, want dat wordt dan gezien als ‘excuustruzen zoeken’. Waarom risico nemen en een allochtone kinderpsycholoog uittesten, als je weet dat Peter Adriaenssens een degelijke uitleg zal doen? Het is om die reden dat de Expertendatabank, de website die in 2008 werd gelanceerd door toenmalig minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt (SP.A) en die dappere pogingen blijft doen om alternatieve experts aan redacties aan te bieden, nog altijd niet goed werkt. Dat blijkt uit deze Nieuwsmonitor opnieuw: een redacteur belt nog liever naar de persdienst van een universiteit, omdat hij meer vertrouwen heeft dat ze daar begrijpen wat een journalist nodig heeft.

Dat moet en kan snel veranderen, vind ik. Het is wel degelijk belangrijk om kinderpsychologen met een Arabische of Poolse naam aan het woord te laten, ook over de eventuele negatieve effecten van co-ouderschap. Nieuws is meer dan de beschrijving van een gebeurtenis. En zoveel tijd kost het niet om na te gaan of iemand vlot praat en een beetje redelijk is. Sowieso is het geen goede zaak als kranten te vaak op dezelfde mensen een beroep doen – het sluit nieuwe invalshoeken uit, het sluit delen van het lezerspubliek uit, het sluit aspecten van de werkelijkheid uit. Allemaal inhoudelijke, journalistieke redenen waarom diversiteit belang heeft.

Misschien kan de VRT de commerciële media daar ook bij helpen. Uiteindelijk is de openbare omroep decretaal verplicht én krijgt hij het budget om te experimenteren, met de bedoeling dat de hele samenleving er wel bij vaart.