Ik geloof er niet meer in
Foto: Joris Snaet

We moeten ons geen illusies maken, zegt Rachida Aziz, racisme zit zo diep ingebakken in onze maatschappij dat we het er de komende decennia nog niet zullen uitkrijgen. Dat de politici langs de zijlijn toekijken, toont aan dat de wil er simpelweg niet is om discriminatie hard aan te pakken.

Wat een eer! Ik mag het zoveelste racismeopstootje van het jaar officieel afsluiten. We hadden in maart de apencartoon van Obama, vorige week de racistische graffiti op de muur van een VRT-journalist, eind oktober vorig jaar het onthutsende racismedossier van De Standaard (DS 28 oktober 2013) en tussendoor nog enkele dramatische rapporten. Zo’n opstoot begint met een incident, gevolgd door een stroom verontwaardigde tweets. Een dag later komen de obligate opiniestukken die op hun beurt racistische commentaren uitlokken. Tussen al dat geweld door valt alleen de stilte van politici op, behalve om uit te leggen waarom ze niets doen. Heeft iemand al opgemerkt hoe sterk die reactie ingaat tegen de natuur van politici? Normaal geven zij graag de indruk dat ze alle problemen kunnen oplossen. Overlast? GAS-boete! Mannen die vrouwen nafluiten op straat? Snel een nieuwe wet! Fietstoeristen die te snel rijden? Ribbelstroken!

Ondanks de ophef, ondanks de strenge rapporten van Amnesty International en deze week nog de vermanende vinger van de Europese Commissie blijven de politici muisstil. Dat heeft natuurlijk een goede reden. In het verleden werd elke poging om iets te doen aan racisme vakkundig gekelderd in het parlement. De inderhaast bijeengeroepen persconferentie van Bart De Wever gisteren naar aanleiding van het racisme in het Antwerpse politie-korps sprak boekdelen. Er komen geen nieuwe, concrete maatregelen. Het bestaande beleid, met bezoeken aan religieuze instellingen ter sensibilisering, wordt gewoon voort uitgerold. Een inspecteur die ‘ophangen met een hoofddoek’ schreef, zou tot inkeer moeten komen na een bezoekje aan de moskee.

Moegestreden

In 2005 deed de toenmalige minister van Gelijke Kansen Christian Dupont (PS) een poging om de praktijktests te regelen in een koninklijk besluit. Die praktijktests stonden in de antidiscriminatiewet van 2003 en wachtten alleen nog op een uitvoeringsbesluit. Maar een groot deel van de economische en politieke macht kwam in het verweer en deed de praktijktests af als spionage. Het koninklijk besluit kwam er niet.

Dat is een absurde situatie, want die praktijktests zijn vaak de enige manier om discriminatie aan te tonen. Hoe moet een jongeman die systematisch geweigerd wordt aan een discotheek terwijl zijn blanke vrienden zonder problemen binnen mogen, bewijzen dat hij gediscrimineerd werd? In een praktijktest stuur je beëdigde proefpersonen op de discotheek af. Maar dat mag dus niet. Het is alsof je moorden wel streng verbiedt, maar alle opsporingsmethodes zoals DNA-onderzoek en het gebruik van camerabeelden onmogelijk maakt.

Het overkwam de 27-jarige Andelani. Hij mocht twee keer niet binnen in een Gentse dancing, terwijl er voor zijn autochtone vriendin geen probleem was. Omdat hij enkel met een praktijktest die discriminatie kon aantonen en de Belgische overheid die mogelijkheid niet bood, trok hij naar de rechtbank. In 2007 werd de Belgische staat veroordeeld tot een schadevergoeding van 1 euro. De Belgische staat ging in beroep, maar kreeg ook daar ongelijk. De schadevergoeding werd verhoogd tot 3.000 euro.

Zijn de praktijktests er gekomen na die twee gerechtelijke blamages? Nee, integendeel. In 2007 werd zelfs de verwijzing naar de praktijktests geschrapt uit de antidiscriminatiewet. De zogenaamde positieve acties die mogelijk werden door de wet van 2007 kennen een gelijkaardige lijdensweg. Zeven jaar later is er nog altijd geen koninklijk besluit.

In het buitenland hebben positieve acties hun dienst bewezen. De sterkste vorm van positieve actie is het invoeren van quota. Maar er zijn ook andere voorbeelden. In het Verenigd Koninkrijk moest elk bedrijf dat mee wou doen aan de grote infrastructuurwerken naar aanleiding van de Olympische Spelen zijn gelijkekansenbeleid aantonen. Dat was een even belangrijk criterium als kostprijs en kwaliteit. In Slovakije krijgen Roma-werknemers de kans om in dienst een opleiding van een jaar te volgen voor ze doorstromen naar een job van onbepaalde duur.

In België moeten we hopen dat de nieuwe regering daar misschien eindelijk werk van zal maken. Maar weet u, ik geloof er niet meer in. Jaren hebben we met velen actie gevoerd. Ik en velen met mij zijn moegestreden. ‘Ik moet even weg. Naar een andere universiteit misschien, maar in elk geval naar een ander land. Het is mij hier een beetje te verstikkend allemaal’, zei academica Maryam H’Madoun onlangs in Knack. Ik ken dat gevoel.

Ondanks alle inspanningen is de situatie nu erger dan twintig jaar geleden. De sociaal-economische kloof tussen blank en gekleurd is zo immens groot geworden. Zelfs al krijgen we nu een regering die snel praktijktests invoert en werk maakt van positieve actie, dan nog duurt het jaren voor we resultaten zien en is er weer een generatie verloren gegaan.

Ingebakken racisme

Dat gebrek aan geloof en hoop is de reden waarom veel jonge, talentvolle mensen België verlaten. Het zijn trouwens net de meest ambitieuze jongeren die dit land de rug toekeren. Onlangs maakte ik in Brussel een vergadering mee van vertegenwoordigers van multinationals. Een personeelschef van een financieel bedrijf met hoofdzetel in ons land en 3.500 werknemers op de payroll schetste een somber beeld van de toekomst. ‘De moeilijkheden die jullie nu hebben om het juiste talent te vinden zijn peanuts’, zei hij. ‘Over zes jaar begint de echte schaarste en de belangrijkste reden is dat België niet investeert in diversiteit.’

In 2020 zullen twee op de drie jongeren in Antwerpen een migratieachtergrond hebben. In Brussel zijn er nu al gemeenten waar meer dan 90 procent van de inwoners niet autochtoon is. De economie zal er heel hard onder lijden als die mensen worden uitgesloten als klant en als werknemer. België beseft dat, maar kiest er expliciet voor om er niets aan te doen. Dat komt omdat racisme diep ingebakken zit in onze samenleving.

Een bekend politicus zei ooit: ‘Ik weet wat ik moet doen om het klimaatprobleem op te lossen, maar ik weet niet hoe ik daarna nog verkozen geraak.’ Bij racisme is dat ook zo. In Vlaanderen krijg je een recordaantal voorkeurstemmen als je in elk interview herhaalt dat racisme relatief is of als je stoer doet tegenover enkele Afghaanse tieners die in België een leven proberen op te bouwen. In Nederland gooide de meest luidruchtige opiniemaker Zihni Özdil vorige week de handdoek in de ring. ‘Dat moet u ook doen’, schreef hij in een Nederlandse krant. ‘Vergeet maatschappelijke betrokkenheid. Dit land is niet meer te redden.’ Twee dagen later ging hij er weer tegen aan. U weet hoe dat gaat. Maar ik verzeker u nu op mijn beurt. Europa is niet meer te redden.

 

Rachida Aziz, modeontwerpster, onderneemster en activiste