De G7-leiders gaan de krachten bundelen om het fenomeen van buitenlandse strijders in Syrië aan te pakken. Dat heeft de Franse president François Hollande woensdag gezegd tijdens een persconferentie na de eerste dag van de G7-top in Brussel.

“We hebben besloten samen te werken om dergelijke verplaatsing, die onze eigen veiligheid in het gedrang kan brengen, te voorkomen, af te raden en te bestraffen”, klonk het. Hollande verwees naar de aanslag van 24 mei in het Joods Museum in Brussel, waarvoor een 29-jarige Fransman, een teruggekeerde Syriëstrijder, is opgepakt.

In een gezamenlijke verklaring zeggen de G7-leiders dat ze beslist hebben “de inspanningen op te voeren om de dreiging aan te pakken van buitenlandse strijders die naar Syrië trekken”. Men wordt zich bewust van wat sinds anderhalf jaar aan de gang is en van de dreiging die kan uitgaan van de terugkeer naar Europa van “geïndoctrineerde en op de oorlogsvelden getrainde individuen”, voegde Hollande toe.

Donderdag vindt er over de kwestie in Luxemburg een werkvergadering plaats van de ministers van Binnenlandse Zaken van zeven EU-landen (België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland en Spanje).

Volgens de Europese coördinator van de strijd tegen het terrorisme, de Belg Gilles de Kerchove, zijn er meer dan 2.000 Europeanen die vertrokken zijn of willen vertrekken om te gaan strijden in Syrië.

De G7-leiders komen in hun verklaring overigens ook terug op de herverkiezing van de Syrische president Bashar al-Assad. Ze spreken van een schijnvertoning. “Er is geen toekomst voor Assad in Syrië”, klinkt het. De G7 herhaalt zijn steun aan het “communiqué van Genève”, waarin wordt opgeroepen om een transitieregering op te richten.