De mythe van de hangmat
De uitkering schrappen heeft maar een beperkt activeringseffect. Foto: Christophe/pn

Als je langdurig werklozen hun uitkering afneemt, vindt een derde plots snel weer werk, liet de N-VA zich ontvallen. Dat ligt wel heel ver van wat wetenschappelijk onderzoek aantoont, zegt Johannes Spinnewijn: terwijl de menselijke kosten van zo’n ingreep hoog liggen, leidt ze werklozen nauwelijks naar een job.

Wie? Doceert publieke economie aan de London School of Economics, gastprofessor aan de KU Leuven.

Wat? Financiële stimulansen hebben maar een beperkt effect op de tewerkstelling.

Door de becijferde partijprogramma’s en de onderlinge vergelijkingen in Rekening14 gaan de politieke interviews en debatten wat meer over de inhoud. De nieuwe discipline die Rekening14 de partijen oplegt is toe te juichen, maar het initiatief kampt met een belangrijke beperking: het houdt geen rekening met hoe de voorgestelde maatregelen het gedrag van mensen veranderen. Dat kun je niet zomaar becijferen, het moet geschat worden.De vrijheid die politici daardoor krijgen, gebruiken ze graag en vaak te onpas.

Een centraal thema in de huidige debatten is de werkloosheidsuitkeringen verder in de tijd beperken. Zowel de N-VA als Open VLD stelt dat voor (DS 13 mei) . Dat zo’n beperking geld zal opbrengen in een land waar 34 procent van de werklozen langer dan twee jaar werkloos is, staat vast. Maar er zijn ook menselijke kosten aan verbonden. Beweren dat die kosten beperkt zouden zijn, is fout en intellectueel oneerlijk. Het is een mythe dat langdurig werklozen stoppen langdurig werkloos te zijn als de uitkeringen beperkt worden. Nochtans beweren de N-VA en haar voorzitter Bart De Wever in de recente debatten dat slechts een derde van de werklozen op het leefloon zou terugvallen als ze hun uitkering verliezen, terwijl een derde snel weer werk zou vinden. Het laatste derde zou geen beroep doen (of kunnen doen) op een leefloon en het dus niet nodig hebben, zo stelt de N-VA. Die cijfers zijn zogezegd gebaseerd op een studie van onderzoeksleider Joost Bollens (Hiva), maar die heeft zelf al publiekelijk aangegeven dat de N-VA zijn studie misbruikt.

Weinig activering in Duitsland

Financiële stimulansen zijn een belangrijke factor voor het gedrag van werkzoekenden, dat bewijzen veel empirische studies. Maar de te verwachten effecten op hun tewerkstelling zijn verre van wat de N-VA voorspelt. In Duitsland, bijvoorbeeld, is de duur van de uitkeringen verschillend voor verschillende leeftijdsgroepen. Een recente studie vergelijkt de werklozen die juist tot een lagere en een hogere leeftijdsgroep behoren en dus vergelijkbaar zijn, op de duur van hun uitkeringen na. Bij jobverlies kan iemand van 45 jaar zes maanden langer een uitkering trekken dan iemand van 44 jaar. Resultaat: gemiddeld genomen is een werkloze die een half jaar langer uitkeringen kan trekken een halve maand langer werkloos. Dit beperkte activeringseffect wordt bevestigd in een studie in Oostenrijk, waar de duur van de uitkeringen verspringt met het aantal tewerkgestelde jaren. In de landen waar dit onderzocht is, zien we ook dat de uitstroom uit de werkloosheid – het percentage werklozen dat werk vindt in een gegeven maand – slechts een beperkte sprong maakt op het moment dat werklozen hun uitkeringen verliezen. Bovendien komt in de maanden erna de uitstroom onmiddellijk weer op hetzelfde peil als in de maanden ervoor. En dit ondanks het feit dat die werklozen hun uitkering kwijt zijn.

Het sop en de kool

Deze resultaten zijn niet te rijmen met het beeld dat de N-VA schetst. Ze suggereren dat de meeste langdurig werklozen gewoon werkloos zullen blijven als je de uitkeringen in de tijd beperkt. De prijs die je betaalt is dus dat die langdurig werklozen buiten de werkloosheidsverzekering vallen en verder moeten met een leefloon (als ze daarvoor aan de criteria voldoen).

Is dat nadeel de besparing wel waard? Zou het geld dat bespaard wordt op de langdurig werklozen beter worden besteed aan hogere uitkeringen en intensievere begeleiding ‘voor iedereen vanaf de eerste dag van de werkloosheid’? Dat vandaag de helft van wie zijn job verliest binnen de zes maanden weer aan de slag is, doet vermoeden van niet. Een belangrijk verzekeringsprincipe is bovendien dat je de risico’s op de grootste kosten eerst verzekert – dit wordt succesvol toegepast in de ziekteverzekering door middel van het remgeld en de maximumfactuur. Uitkeringen in de tijd beperken staat haaks op dit principe. Het gecumuleerde inkomensverlies weegt zwaarder door voor diegenen die langer werkloos zijn. Zij kunnen ook minder een beroep doen op spaargeld, krijgen geen leningen meer vast en kunnen noodzakelijke uitgaven niet verder uitstellen. En toch zullen velen van hen werkloos blijven, of je nu hun uitkering afpakt of niet.