‘Hoge energieprijzen drijven chemiesector uit Europa’
Foto: BELGA

Europese chemiebedrijven keren Europa stilaan de rug toe wegens de uit de pan swingende energieprijzen. De hoge prijzen zouden de bedrijven beletten ‘concurrerende’ producten aan te gaan. Dat schrijft de Nederlandse krant Het Financieele Dagblad.

De Nederlandse krant staaft haar beweringen met recente beslissingen in de chemiesector, onder meer bij bedrijven als BASF, Dow Chemical en DSM.

De topman van BASF, Kurt Bock, geeft aan dat investeringen in het buitenland de voorkeur genieten boven investeringen op Europees grondgebied. ‘We investeren in de Verenigde Staten, omdat we verwachten dat de gasprijs daar op lange termijn minder dan de helft blijft van die in Europa’, aldus Bock.

BASF verwacht de eerste vijf jaar vooral te investeren buiten Europa. In de Verenigde Staten wil de chemiereus een installatie neerpoten die methaangas omvormt tot propyleen. Het prijskaartje van een dergelijke fabriek bedraagt meer dan één miljard euro, meteen de grootste investering die de Duitsers plannen op Amerikaans grondgebied. Het voornaamste argument van de chemiereus is ‘het genieten van lage gasprijzen dankzij de exploitatie van schaliegas in de VS’.

Bedrijven lonken naar groeilanden

BASF staat niet alleen met zijn voornemen. Ook Dow Chemical en DSM gaven al aan meer investeringen buiten Europa te plannen. Nog andere chemieconcerns kiezen resoluut voor groeilanden en zetten investeringen in hun Europese installaties in het beste geval op ‘pauze’.

Dat is bijvoorbeeld het geval met rubberproducent Lanxess, dat in 2014 tot nog toe het grootste deel van zijn investeringen richting Azië stuurde. Zo werd in Singapore een fabriek ingericht voor de ontwikkeling van hoogwaardig Nd-PBR-rubber. In China zagen we hetzelfde scenario, maar dan voor EPDM-rubber.

Ook topman James Ratcliff van Ineos waarschuwt in een brief aan de EU-Commissie voor het verdwijnen van de chemie uit Europa. ‘De energiekosten en de grondstofkosten zijn in Europa vele malen hoger dan in de rest van de wereld. En als je bedenkt dat de kosten van energie en grondstoffen ongeveer 70 procent van de totale bedrijfskosten kunnen uitmaken, zie je een enorme concurrentieachterstand.’

Nederlandse en Belgische chemiefederaties luiden alarmbel

Vorige week luidden de Belgische en de Nederlandse chemiefederaties, de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) en Essenscia, reeds de alarmbel. ‘De chemische industrie van de cluster Rotterdam-Antwerpen staat onder druk en dreigt investeringen mis te lopen door de hoge energiekosten.’

In één decennium zou de cluster Rotterdam-Antwerpen om en bij de 9 miljard aan investeringen misgelopen zijn. Daardoor moest de hele cluster zijn tweede stek op wereldvlak aan Saudi-Arabië (Jubaïl) laten. Houston blijft op het vlak van chemie nog steeds de grootste.

‘Steeds meer chemiebedrijven zullen de komende 5 tot 10 jaar vertrekken of hun investeringen in hun Europese fabrieken bevriezen’, waarschuwen beide federaties. ‘Vanaf boekjaar 2015 zullen de investeringen wellicht aanzienlijk dalen en hoofdzakelijk dienen voor de uitbreiding en het onderhoud van bestaande installaties.’

Om de trend om te buigen vragen zowel de Nederlandse als de Belgische chemiefederatie om het investeringsklimaat aan te zwengelen zodat de industriële sector de Europese ambitie kan waarmaken om tegen 2020 20% bij te dragen aan het bbp. ‘Momenteel ligt de industriële bijdrage in Europa slechts op 15%.’ Colette Alma, directeur van de VNCI, wijst naast het investeringsklimaat ook op de veel te hoge regeldruk in Europa, een regeldruk die de laatste jaren enkel onvoorspelbaarder is geworden.