Arne Jacobsen: de architect die we kennen van zijn stoelen
Foto: Republic of Fritz Hansen

Na de Tongue Chair, wordt met de Drop Chair nu ook een andere minder bekende stoel van de Deense architect Arne Jacobsen opnieuw in productie gebracht. Maar kunt u ondertussen zijn designklassiekers nog uit elkaar houden? De tien meest opvallende stoelen uit het oeuvre van de Deense architect.

De Deense modernistische architect Arne Jacobsen (1902-1971) wordt beschouwd als de vader van het Deense design en zijn meubels vinden ook vandaag de weg naar heel wat interieurs. Hoewel Jacobsen zichzelf in de eerste plaats als architect beschouwde, zijn het vooral zijn stoelen - genoemd naar dieren en/of simpele gebruiksvoorwerpen (mier, vlinder, zwaan, ei) - die in ons collectief geheugen zitten gegrift.

Boven: de Drop Chair, onder: de Tongue Chair

En als het van Republic of Fritz Hansen afhangt, komt er daar binnenkort nog eentje bij, want de Deense meubelfabrikant heeft de Drop Chair - een stoel in de vorm van een traan die in 1958 voor het eerst werd uitgebracht - opnieuw gelanceerd. De stoel is beschikbaar in verschillende materialen (plastic, leder of textiel) en kleuren (zwart, wit, blauw, grijs, rood en geel) en werd afgelopen maand voorgesteld op het Salone del Mobile in Milaan.

Vorig jaar werd ook al een andere stoel van Jacobsen geherlanceerd: de Tongue Chair die hij in 1955 ontwierp voor een school in Munkegård. De Deense meubelfabrikant Howe heeft het exacte ontwerp van Jacobsen overgenomen, maar gebruikte nieuwe technieken voor de productie en moderne materialen voor de afwerking.

Boven: de Ant Chair, onder: de Butterfly Chair

De allereerste stoel die Jacobsen ontwierp, was de Ant Chair in 1952, voor de kantine van het Deense gezondheidsbedrijf Novo Nordisk. Zijn naam heeft de stoel te danken aan zijn vorm en dunne pootjes. Het was de eerste Deense stoel die in serie werd gepubliceerd en is naast licht en stabiel, ook stapelbaar.

Bovendien was het een revolutionair ontwerp, want het was de eerste stoel waarbij zitting en rugleuning uit één stuk waren vervaardigd, een constante bij de latere meubelontwerpen van de Deense architect. Daarnaast had de stoel slechts drie poten (al volgde later wel nog een versie met vier).

Daarna volgde in hetzelfde jaar eerst de Tongue Chair (met rechte rugleuning in de vorm van een tong) en de wereldbekende Series 7 (model 3107) oftewel de Butterfly Chair, alomtegenwoordig op vintage markten maar samen met het historische nalatenschap van Charles en Ray Eames ook een van de meest nagemaakte stoelen ter wereld.

Boven: de Grand Prix, midden: de Swan Chair, onder: de Egg Chair

De Grand Prix (oorspronkelijk Model 3130 genoemd) heeft zijn naam te danken aan de gelijknamige prestigieuze prijs waarmee het in 1957 - het jaar van zijn lancering - werd bekroond door het Triennale di Milano. Net zoals zijn voorgangers, is ook deze stoel licht en stapelbaar.

In 1958 tekende Jacobsen het volledige SAS Royal Hotel (nu hernoemd tot Radisson Blue Royal Hotel) in de Deense hoofdstad Kopenhagen, inclusief het volledige interieur. Hij ontwierp dus ook het meubilair van wat kan worden beschouwd als het eerste designhotel (voor de liefhebbers: kamer 606 is de enige plek in het hotel die onveranderd is gebleven), waaronder drie nieuwe stoelen voor de lobby.

De Swan Chair (technologisch innovatief omdat er geen enkele rechte lijn bij kwam kijken) en de ei-vormige Egg Chair (de perfecte cocon om zich even van de omgeving af te sluiten) hoeven geen uitleg, maar het derde ontwerp - de eerder genoemde Drop Chair - bereikte nooit diezelfde iconische status als de andere twee. Misschien doet hij het met zijn herlancering beter?

Boven: de Pot Chair, midden: Oxford Chair en onder: Lily Chair

In 1959 volgde de Pot Chair, een kuipstoeltje met lage rugleuning en vier jaar later, in 1963, de Oxford Chair, een bureaustoel voor het St. Catherine’s College in Oxford. Een jaar voor zijn dood, in 1970, lanceerde Jacobsen nog een laatste stoel voor de Deense nationale bank: model 3208 dat de Lily Chair werd genoemd en waarbij de vorm lijkt op die van de Series 7, maar armleuningen werden toegevoegd.

Jacobsen mocht zichzelf dan nooit als een ontwerper, maar altijd als architect hebben beschouwd: meer dan veertig jaar na zijn dood zijn het toch vooral foto's van zijn meubels die bij het horen van zijn naam het eerst worden opgeroepen. Dat de Deense architect later in zijn carrière ook meubels ontwierp, moet gezien worden in het licht van gezamtkunstwerken, en het verlangen van de kunstenaar (hier architect) en van zijn creatie één geheel te maken, en een totaalplaatje af te leveren.

Meer weten over architecten die zich ook wagen aan het ontwerpen van meubels? In het Atomium loopt nog tot 15 juni de expo Mobilia, een tijdelijke tentoonstelling die de meubels van dertig Belgische architecten over honderd jaar samenbrengt.