Striptekenaar Jozef Van Hove, beter bekend als Pom, is vorige week vrijdag op 94-jarige leeftijd overleden. Dat heeft De Morgen van zijn familie vernomen. Pom was vooral bekend van de stripreeks Piet Pienter en Bert Bibber.

Pom, geboren in 1919, was een generatiegenoot van Willy Vandersteen, Jef Nys, Bob De Moor en Marc Sleen, maar maakte nooit deel uit van de zogenaamde 'Grote Vlaamse Vier'. De reden? Pom was een einzelgänger die een broertje dood had aan aandacht.

Als kind was Pom al helemaal weg van strips. Hij begon ze na te tekenen, waarbij vooral Kuifje een bron van inspiratie was. Hij studeerde tijdens de oorlog in Duitsland af als technisch ingenieur en zat na de oorlog een jaar in de gevangenis omdat hij in Duitsland had gewerkt.

Een en ander maakte van hem de verbitterde man die hij naar eigen zeggen was. Maar het was ook die verbittering, en de moeilijkheden om werk te vinden, die hem ertoe dreven zijn jeugddroom van striptekenaar door te zetten. In 1951 startte Het Handelsblad met een dagelijkse strip. Pom kreeg de kans om zijn eerste Piet Pienter en Bert Bibber-avontuur op papier te zetten. Nadien stapte Pom over naar Gazet van Antwerpen om uiteindelijk zo'n 4 miljoen albums te verkopen. Pom zelf zag in hun droge humor de hoofdoorzaken van het succes.

Pom had een bloedhekel aan interviews. Pas in 2011, het jaar dat zijn geesteskinderen Piet Pienter en Bert Bibber 60 jaar werden, gaf hij voor het eerst verschillende interviews. Pom gaf toe dat er na het overlijden van zijn levensgezellin Mieke niet veel meer van hem overbleef. Jozef van Hove wou niets liever dan bij 'zijn Mieke' te zijn. 'Ik hoop dat dit mijn laatste jaar is', klonk het in De Morgen.

Pom overleed uiteindelijk op 2 mei 2014 op 94-jarige leeftijd. Hij stierf in het rusthuis waar hij de laatste maand van zijn leven moest worden opgenomen en laat twee zonen, twee dochters, veertien kleinkinderen en tien achterkleinkinderen na. Hij wordt vrijdag in intieme kring begraven, in een kist versierd met de helden die hij heeft bedacht.

‘Als hij in een goede bui was, mochten we soms even blijven kijken terwijl hij werkte’, zegt dochter Greet. ‘Dat was magisch, zien hoe die lijntjes levende figuren werden in Oost-Indische inkt.’